Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volk, merkende op 't werk des Heeren aan zijne gemeente, mogen wij hopen. Wij moeten altijd van de zichtbare gedaante der kerke terug tot haar onzienlijk wezen. Daar ligt haar wortel. Daar, in Christus haar Borg en Hoofd, ligt haar leven en hare kracht. Daar hare behoudenis. Uit dien geestelijken wortel komt altijd weder tegenover de macht der bederving, die in ons is, de redding op. Daarom gaat het zoo vaak naar het woord: //des avonds vernacht het geween, maar des morgens is er gejuich". Bij hetgeen er in God is over zijn Zion, bepaalde ons ook gisteren avond het ernstige woord, dat ons tot het gebed voorbereidde. Dat we met blijdschap daaruit leven en daaruit werken mogen in deze vergadering! Het zou niet zonder voorbeeld zijn in de geschiedenis der kerkelijke samenkomsten, wanneer God de Heere ons inzichten en genegenheden schonk, die aan de samenkomst een gezegenden loop kunnen geven en angstige vreeze beschamen.

Wat Arnhem zoo uitlokkend doet zijn als plaats van vergadering, is, gij weet het allen, de heerlijke natuur en schoone omgeving, die ons hier aan alle zijden omringt. Dat was al voor eeuwen de aantrekking, die Arnhem uitoefende. Immers in 1624, toen de beslist Gereformeerde magistraat alhier bij den kerkeraad aandrong op het beroepen van den gewezen praeses der Dortsche Synode, Bogerman te Leeuwarden, maar de kerkeraad wegens zijne zwakke gezondheid aarzelde, werd het bezwaar aldus opgelost, dat Bogerman, opdat men zien kon hoe het gaan zou, verzocht werd //sich eenigen tyt alhier wat te coinen vermaecken". Op aandrang van de magistraat werd hij echter van te voren beroepen, en ontving hij de maanden van zijn verblijf alhier als tijd van beraad. Toen hij echter, na een verblijf van vier maanden in deze stad, toch om zijne gezondheid bedankte, kreeg hij van de magistraat, die op zijne overkomst aangedrongen had, voor reiskosten drie dubbele rijders.

In later tijd heeft Arnhem een nog altijd zeer bekend

Sluiten