is toegevoegd aan je favorieten.

Bileam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog heiliglijk Zijn werk doen. En als zijne boosheid geheel uitgegoten is, en God Zijn heilig werk ten einde toe gedaan

heeft dan zal het zwaard van Israël Bileam vinden in het

midden der Midianieten.

Maar hier — op den weg naar Balak — is het maar een eerste rommeling van den donder van Gods oordeel over Bileam.

Daar staat de Engel des Heeren in den weg, in een min of meer waarneembare gedaante; met een uitgetrokken zwaard in zijne hand.

Het beest, waarop Bileam reed, merkte deze gedaante, en werd bevreesd.

Hoe was het mogelijk, dat Bileam het niet merkte! Hoe dat mogelijk was? Is 't zoo vreemd, dat een zondaar, een dronkaard, een hoereerder, een dief of bedrieger of doorbrenger , of wat het zij, in paden van goddeloosheid wandelt, en dat hij blind is voor de gevaren, die er op zijn weg liggen, en hem elk oogenblik in het verderf kunnen doen neerstorten; terwijl soms een kind die gevaren wel opmerkt, en ieder mensch zeggen moet: hoe gaat het nog zoo lang goed ? Komt er wel niet als 't ware een oordeel der verblinding over zulke menschen?

Zóó was het ook bij Bileam. Met gierigheid gierde zijn hart naar Balaks belooningen, die hem wachtten. En hij kan best een heimelijke hope gehad hebben, dat het hem nog vergund zou worden, de begeerte van Balak te doen. Hij zal gedacht hebben: 'k Ben in elk geval nu al zoo ver gekomen, dat ik gaan kan. Wie weet, of ik ook nog niet verder mijne begeerte zal kunnen doen. Zóó weinig Godskennis is er in de praktijk bij de goddeloozen. Het booze hart houdt niet op om te trachten, het God af te winnen. Dat ziet ge ook wel aan Saul. Hoewel er tijden waren, dat zijne consciëntie zeide tot David : „ik weet, dat gij voorzeker koning worden zult", toch is hij tot zijn dood toe tegen Gods bestel blijven inwoeien.

Daarom gelooven wij zeker, dat die verblinde man, die Bileam, gedacht heeft: wie weet, of hét mij nog niet ge-