Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met die trompetten. En dan zouden die hoogtijden eft offeranden „hun ter gedachtenis zijn voor het aangezicht huns Gods."

Er was dus veel geklank onder Israël, er van getuigende, dat Jehovah hun Koning was. Beeld van het Woord van God, onzen hemelschen Koning, welks zilveren geklank tot het einde der eeuwen niet wegsterven zal in zijn Zion, en van de aanroeping zijns Naams.

De opmerkzame hoorder naar de profetieën van Bileam zal opmerken, dat gaandeweg de toon daarin krijgshaftiger wordt. Hoe hardnekkiger Balak aanhoudt, om God van dat volk te vervreemden, des te meer begint de H. Geest het volk Gods voor te stellen als een volk, dat zijne vijanden verpletteren zal. Wat volgt er ?

God heeft hen uit Egypte uitgevoerd; Zijne krachten zijn als eens eenhoorns.

Dit is van groote beteekenis. De klemtoon valt hier op God. En in dat woord God zit naar het oorspronkelijke de beteekenis van: de sterke, de machtige God.

Dus: God heeft hen uit Egypte uitgevoerd. Als het door hun eigen goedvinden geweest ware, o vijand; als de uitgang uit Egypte door menschengoedvinden geweest ware, als het menschenwerk geweest was, dan zoudt gij kans hebben, o vijand, met u tegen dat volk te keeren, en te zeggen: gij zult niet in Kanaan komen; ik zal het u beletten.

Maar nu staat de zaak anders. Nu is 't die sterke en machtige God, die hen uit Egypte uitgevoerd heeft, om hen door de woestijn in Kanaan te brengen. Nu zult gij, o vijand, het niet kunnen keeren.

Troost voor het volk van alle eeuwen. Het is de sterke God, die hen bij de hand gevat en uitgeleid heeft van onder satans geweld. Als het menschenwerk was, kon het gebroken worden. Maar zijn hand zal hen blijven leiden en brengen in Kanaan.

Daarom is er ook zoo schoon verband tusschen deze twee regels: •

3

Sluiten