Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebleven, maar een ondergeschikt geworden. Hier komt dus het „juger les écrits d'après leur date" van pas aan een ieder die juist waardeeren wil wat een voorafgaand geslacht geleverd heeft. Welnu: op voorgang van Gabler onderscheidt Neander scherp de verschillende apostolische leertypen: van Paulus, van Jacobus, van Johannes. Niemand zegge: maar dat onderscheid is zoo klaar als de dag. Wat ons nu volkomen duidelijk is werd een zeventig jaar geleden niet zonder schroom erkend. De legende van Columbus' ei leere ons bedachtzaamheid. De onderscheiding van de verschillende apostolische leertypen was zóó gewichtig, zóó ingrijpend op^jeheel der Theologie, dat Neander zelf eenigen «chroom gevoelde tegenover de draag* kracht van dit feit. Men verwijt hem — niet geheel ten onrechte — dat hij ten besluite de grondeenheid der apostelen onderling betoogend, de scherpe kanten van de concrete typen afsleep. Hieronder leed de kritische nauwkeurigheid van zijn belangrijk boek.

Dit zelfde bezwaar wordt, met nog meer aandrang, tegen een werk geopperd dat wij ten laatste bespreken. Van de geschiedenis der gevestigde Kerk was Neander teruggegaan tot het apostoliesch tijdvak; van dit laatste ging hij verder terug tot den Heiland zelf, wiens leven hij schilderde in zijn geschiedkundigen samenhang en zijne historische ontwikkeling. Eigenlijk schreef Neander dit boek niet uit vrije keuze. De omstandigheden dwongen hem. Wij willen ons thands niet verdiepen in de vraag: „Kunnen we wel het leven des Heeren beschrijven, zóó dat deze werkelijk als Heer geëerd en tevens alle eischen der weten-

Sluiten