Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den geest, niet als een toevalligen uitwas van deze wereld, eene speling, welke met het uiteenvallen van het orgaan, waaraan zij gebonden was, verdwijnt. Integendeel, hij erkent zijnen geest, zijne ziel en zijn lichaam als eene openbaring van den eeuwigen Geest, die zich in zich zeiven onderscheidt, zonder zich immer te verhezen. Verre daar vandaan, dat hij het voortbestaan van de geestelijke kracht in hem zou ontkennen, bestaat voor hem het vraagstuk niet hierin, hoe iets kan voortduren, dat niet zou kunnen eindigen, maar, wij zagen het, daarin hoe zijne beperktheid zich verklaren laat bij het deel, dat hij heeft aan het Oneindige. Is de openbaring van den geest in dezen tijd aan het orgaan gebonden, dat orgaan leeft slechts door de kracht, die de geest put uit zijn verkeer in een bestaan boven het beperkt orgaan verheven: verkeerde de Geest niet in die sfeer, zoo zou het orgaan, ongebruikt en ongevoed, verkrimpen, en heeft de geest zijne tijdelijke taak volbracht om eene andere taak te aanvaarden, zoo mag het orgaan vrij uiteenvallen. De hersenen leven door het denken, niet het denken door de hersenen. Zóó noodwendig volgt de onsterfelijkheid uit het wezen van den mensch, en van al het geschapene, dat de voorstelling van dat wezen bij de gezaghebbende denkers onder de menschen in aanmerkelijke mate verloren moet zijn gegaan, zoo men de onsterfelijkheid met bewijzen gestaafd wil zien. Bij de klaarheid van den geest, die bij de grondvesting der menschel ij ke Maatschappijen en bij de stichting der Staten bestond, dacht niemand er aan om het bestaan te willen bewijzen van hetgeen zoo klaar is, als de zon.

Zoo behoeft de Wetenschap dan ook den wanhopigen weg zonder duidelijken aanvang niet te doorloopen, om alles van onder-op te verklaren, en ons uit te leggen, hoe de ver-

Sluiten