is toegevoegd aan je favorieten.

Twijfel en geloof

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de dood is verspreid en werkzaam in het heelal, als de voorwaarde van het leven: wij zeiven sterven ieder oogenblik, en ieder oogenblik, dat wij leven, is een nieuw leven, dat ons te beurt valt. Slechts ons beperkt bewustzijn, slechts de geest, die in onze leden is, die gereedst behoorde te zijn om te sterven, ten einde den Geest, die in allen is, te ontvangen, slechts die geest weigert doorgaans om aan de algemeene Wet gehoor te geven; hij houdt vast aan hetgeen hij waant te hebben en aan hetgeen hij meent te Zullen verkrijgen door eigen kracht, en hij wint er niets bij dan dit, dat hij, niet levend willende sterven, of moet ik zeggen? niet vrijwillig kunnende sterven, zich nu voelt sterven, daar hij het einde van dit zijn lichamelijk bestaan voor zijn einde

houdt Wees te huis in het Al, en gij zult leven in

eene bijzondere woning, hetzij in dit lichaam, of in welk ander gebouw ook: Gods Schepping is oneindig rijk, en aan bouwstof ontbreekt het nergens en nooit. Wat wij dood noe^ men, is iets dat algemeen en altijd aanwezig is, maar openbaar wordt in een bijzonder geval, gelijk al het algemeene zich in een bijzonder feit of in een bijzonderen vorm of wezen moet openbaren. Even als, om een voorbeeld te noemen, de bliksem eene geweldige bijzondere openbaring is van eene werking onschadelijk, ja onmisbaar, in de levende natuur, tot in ons eigen organisme toe, verspreid, zoo is de dood een bijzondere openbaring van de algemeene wet, dat het oude verlaten, het vroeger bestaan opgegeven moet worden, openbaring eener levensdaad, die de voorwaarde is van allen lust en bloei des levens. Als wij dan sterven, ervaren wij iets dat ieder oogenblik des levens in ons omgaat, en even als ons leven een gedurig herleven na sterven is, evenmin als onze geest zich in ieder nieuw oogenblik verliest,

/