is toegevoegd aan je favorieten.

De Messiaansche heilsbelofte en de nieuwere ontdekkingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alleen uit dit, op openbaring berustend geloof, is de gerichtsaankondiging der profeten te verklaren. De zekerheid, waarvan zij dienaangaande getuigenis geven, konden ze niet ontleenen aan de politieke omstandigheden hunner dagen, want mannen als Amos en Hosea hebben het ook aangekondigd in tijden van ongestoorden uiterlijken voorspoed. Maar die zekerheid konden ze evenmin putten uit oudHeidensche volkstradities aangaande den ondergang der wereld.

De eenige verklaring van hun spreken ligt in wat ze zelf hebben getuigd: „Gewisselijk de Heere Heere zal geen ding doen, tenzij Hij Zijne verborgenheid aan Zijne knechten, de profeten, geopenbaard hebbe. De leeuw heeft gebruld, wie zou niet vreezen; de Heere Heere heeft gesproken, wie zou niet profeteeren ?" (Amos 3 : 7 v.). Buiten deze verklaring kan tenslotte niemand toe; maar naast haar is ook geene andere noodig, want als de Heere hun kond deed, dat Hij ten gerichte nadert, dan is het geen wonder, dat in hun voorzeggingen de aarde dreunt, en de bergen als was versmelten, de zon en maan verduisterd worden en de sterren haren glans intrekken. ,

Of zou er toch nog waarheid kunnen liggen in de verklaring, die de nieuwere richting van dit alles tracht te geven ? Men kan n.1. ook van deze zijde het groote onderscheid tusschen de profetische verkondiging en de beweerde Babylonische fantasieën niet ontkennen; maar stelt nu de zaak aldus voor, dat de laatstgenoemde eerst in de Israelietische volksverwachting zijn overgegaan, daar reeds belangrijk zijn gewijzigd, en dat tenslotte de profeten aan dit alles een dieperen zin hebben gegeven. Het voorafgaande kan ons tegenover deze meening niet anders dan ongunstig stemmen. Laat ons haar echter een oogenblik van naderbij bezien .— we komen daarbij vanzelf op ons eigenlijk onderwerp, de /lei/s-verwachting, terug.

Dat er over de beteekenis van den dag des Heeren tusschen de profeten en de groote massa des volks een diepingrijpend meeningsverschil heeft bestaan, is boven allen twijfel verheven. Een helder licht wordt hierop geworpen door deze plaats uit Amos: „wee dien, die des Heeren dag