is toegevoegd aan je favorieten.

Caesar of Christus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keizer. Hij was de Caesarwien alle eer en gehoorzaamheid toekwam; voor hèm moest men knielen. De Christenen stonden voor de keuze: „Caesar óf Christus?" Beide diensten vereenigen ging niet; want Christus gebiedt om God alléén te aanbidden. Hem alléén te dienen. — Caesar's dienst beduidde: opgenomen te worden in het volk, met rust gelaten te worden, tot eer en aanzien te kunnen komen. Christus' dienst beteekende: uitgestooten te worden uit de volksgemeenschap; het beteekende smaad en vervolging, vaak ook: ondergang en dood; soms in letterlijken zin: het kruis.

Het Christendom dankt zijn voortbestaan hieraan, dat die oudste Christenen, hulp van God verkregen hebbende, antwoordden: „niet Caesar maar Christus!" Toen begonnen de vervolgingen en de wreede mishandelingen. De Christenen leerden ten volle het Christuswoord verstaan: „Zoo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zich zeiven, en neme zijn kruis op en volge Mij." Maar hun tegenstanders leerden de ^nacht kennen van het kruis, de overwinnende macht van het Offer. De zegepraal van Golgotha straalde af op hen, die den kruisweg gingen. Christus zelf was het, die onder hen verkeerde, hen staande hield, hen aanvuurde en aanvoerde. Hij de van God gegeven Leider, Hij voerde ter overwinning. De heidensche staat kon tegen Hem niet op. De heidensche staat beschikt niet over hoogere krachten. De heidensche staat moest het afleggen en het Christendom aanvaarden. En toen een latere keizer weer afviel, moest hij opnieuw de macht van Christus ervaren. Het verhaal zegt, dat hij stierf met de woorden op de lippen: „Zoo hebt Gij dan toch overwonnen, Galileeër!"

Het Christendom overwon het heidendom, maar omdat het menschelijk, dus gebrekkig Christendom was, kon het 't heidendom niet vernietigen. Dit leefde, in bedwang gehouden, voort, het groeide en sterkte weer aan, en telkens dreigde het de kop op te steken. Dit kon het gemakkelijkst geschieden in tijden van oorlog, want dan had het Christendom weinig te zeggen en was het Evangelie vrijwel krachteloos. Maar er leefde onder de christenlanden der Middeleeuwen — ondanks

J) Ons woord „keizer komt van het Latijnsche „Caesar", titel van den Bomeinschen Imperator, de verpersoonlijking van den Staat en de Staatsmacht.