Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Calvinisme, als predikant naar Amsterdam beroepen, waar hij tot 1874 .bleef. Zoowel toen, als ook later, nadat hij eerst als afgevaardigde voor de Tweede Kamer van 1874—1877 in Den Haag gewoond had, en daarna eerst slechts als redacteur van de Standaard (sinds 1872), weldra als professor aan de vrije universiteit te Amsterdam werkte, was hij het middelpunt van de Gereformeerde beweging en na den dood van Groen van Prinsterer (1876) de leider der anti-revolutionaire partij. Evenwel was zijn kerkelijk standpunt een ander dan dat van de meeste orthodoxen. Niet alleen diegenen, die tot de ethische orthodoxen gerekend werden, evenals de aanhangers der gematigde bijbelsch-apologetische richting, maar ook de confessioneelen van de verschülendste kleur konden aan zijne kerkrechtelijke beschouwingen en idealen huD bijval niet sohenken. Dit nam echter niet weg, dat de confessioneelen hem als den talent vollen vertegenwoordiger der Gereformeerde theologie en der anti-revolutionaire politiek vereerden, vooral wijl zij verwachten konden, dat Dr. Kuyper niet zonder hunne hulp zijne plannen zou verwezenlijken, — gelijk hij ook zelf zeide, dat hij als aanvoerder der partij niet zijne eigene denkbeelden maar de grondbeginselen der partij had door te voeren.

HOOFDSTUK "V.

Twee dingen zag men voorbij; ten eerste, dat de kerkrechtelijke idealen van Dr. Kuyper een gevolg waren van zijne dogmatische beschouwing en dat men aan de verwezenlijking daarvan niet kon ontkomen, zonder dat men Kuyper zelf liet varen; ten tweede, dat Dr. Kuyper, met de gaven die hij bezat, in staat zou zijn het hart van het volk te winnen en, steunende op eene door hem gevormde partij, de confessioneelen aan zichzelven over te laten. En toen men later het dreigende gevaar zag, meende men de toekomst

Sluiten