is toegevoegd aan uw favorieten.

De Nederlandsche Hervormde Kerk van den tegenwoordigen tijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dienstknechten zonder revolutie uit de kerk voert, dat de kwestie van den actieven tegenstand altijd eene individueele kwestie is, die wellicht tot de uittreding van een enkelen mensch, maar nooit tot bevrijding eener gansche Kerk leiden kan.

De vierde veronderstelling is, dat de toestand, waarin onze Kerk zich bevindt, niet als een oordeel Gods gedragen moet worden, dat het veeleer geoorloofd is dit juk af te schudden en ergens anders eene krachtige Kerk te stichten. Dat men zich daardoor aan de verplichting onttrekt, die de Kerk tegenover alle gedoopte Gereformeerden heeft, spreekt van zelf; dat men daardoor aan veel moeilijken strijd ontkomt, kan niet geloochend worden; dat men bevrijd wordt van zeer vele treurige gebeurtenissen en crisissen, is waar; maar waar staat geschreven, dat de Kerk als instelling altijd eene onwrikbare rots zal zijn, — waar, dat, zoodra deze Kerk niet krachtig is, zij door eene krachtigere moet worden vervangen, — waar, dat het leven der Kerk niet van den H. Geest, maar van eene nieuwe kerkstichting verwacht moet worden, — waar, dat wij te bepalen hebben, of eene historische kerk afgedaan heeft? Waar eindelijk, dat de kracht van de gemeenschap der heiligen de weg is, waardoor de Almachtige Zijne doeleinden uitvoert? li'-*,/-

Deze kerkrechtelijke idealen, waarover wij zoo uitvoerig schrijven, omdat dit tot verklaring van de kerkelijke crisis noodig is, hangen samen met Dr. Kuypers beschouwing van het Calvinisme. Het Calvinisme is voor hem niet de naam eener dogmatische theorie, of van eene kerkrechtelijke richting onder de Gereformeerden, maar die ontwikkeling van den religieuzen geest, die de reformatie heeft georganiseerd en niet alleen eene werkelijke Kerk, maar ook den vrijen Staat heeft te voorschijn geroepen. Derhalve is het lndependentisme een echte zoon van het Calvinisme; in het jaar 1874 ten minste heeft hij ten stelligste verklaard, dat de democratie in de Gereformeerde Kerk het oorspronkelijke was en dat de synodale kerkinrichting niet tot het oorspronkelijke Calvinisme behoorde.