is toegevoegd aan je favorieten.

De Nederlandsche Hervormde Kerk van den tegenwoordigen tijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VH.

Het jaar 1885 was een jaar van groote .beteekenis. De eerste kweekeling van de Vrije Universiteit had zijne studiën volbracht. Tegelijkertijd hadden eenige ouderlingen der Amsterdamsche gemeente, waaronder de professoren Kuyper en Rutgers, geweigerd om deel te nemen aan het onderzoek der leerlingen van de predikanten Berlage, Ternooy Apel en Laurillard, die tot de moderne richting behooren. De Kerkeraad had hunne weigering goedgekeurd, en toen de jongelingen en jongedochters attesten vroegen, opdat zij in andere gemeenten geloofsbelijdenis konden afleggen, weigerde de Kerkeraad die af te geven. Dit werd de aanleiding tot een kerkelijk proces, waarvan het einde was de veroordeeling van den Kerkeraad, die binnen zes weken de attesten moest uitreiken. Deze zes weken werden door den Kerkeraad (waarvan de meerderheid tot de nieuw-Gereformeerde partij behoorde) gebruikt om het reglement op het beheer der kerkelijke goederen te herzien, in welk reglement men de bepaling opnam, dat, in geval de Kerkeraad afgezet werd, omdat hij aan het Woord Gods niet ongehoorzaam wilde zijn, de kerkelijke gebouwen en gelden toch in het bezit van den ouden Kerkeraad zouden blijven. Over deze en andere veranderingen werd in den Kerkeraad gestemd; 80 leden van den Kerkeraad namen ze aan, waaronder vijf predikanten. Dit geschiedde den 14en December 1885. De meerderheid van den Kerkeraad had hiermede niet alleen zichzelven voor onschuldig verklaard, maar ook het hare gedaan om de kerkelijke goederen der Amsterdamsche gemeente aan zich te behouden. Nog moest men over het antwoord in de attestenkwestie beraadslagen, maar het gebeurde toonde, dat dit antwoord reeds gereed was. Toen