is toegevoegd aan je favorieten.

Historisch christen-socialisme

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een gevallen kerk en een onwaardigen clerus. In het verzet tegen dezen clerus lag de aanleiding die deze arme bondgenooten bqwijlen in politieke banen deed gaan; over het geheel streden deze opstandigen echter niet om de macht, maar tegen anderer, onwaardige macht.

Van dergelijke armen, min of meer tot gemeenschappen, sociëteiten aaneengesloten, zijn de latere middeleeuwen vol geweest. Hoewel de ter zake kundige óók genoeg, en ingrijpende, verschillen weet aan te wijzen, kan worden gezegd dat één beginsel kettersche en rechtgeloovige, door de kerk veroordeelde en binnen de kerk voorzichtig geleide en omtuinde armen vereenigt: het beginsel van het apostolische leven, socialistisch of communistisch, al is dit communisme een consumptief, slechts zelden een productief communisme — maar om de oeconomische eischen bekommerde men zich het minst. En dit beginsel huldigden Waldenzen, Lombardijsche, Katholische en Lyonsche armen, Franciscanen, Tertiarissen (of half wereldlijke Franeiscus-volgelingen), Begijnen en Begarden, Broeders en Zusters van het Gemeenschappelijk Leven, en hoe zij meer heeten mogen. Naarmate de kerk in armoede-praktijk en moralizeerenden arbeid te kort schoot, beantwoordden buiten-, desnoods anti-kerkelijke armen te beter aan haar doel. En vanwege datzelfde kerkelijk tekort hadden al deze geregelde en ongeregelde armen te meer vat op de massa; de apostolische armoede- en gemeenschapsbeweging werd steeds meer leekenbeweging en daarmede groeide haar sociale beteekenis — dit nu gezegd in den meer modernen zin van het woord. Door buiten de kloostermuren te treden verloor zij haar karakter van af- en uitzonderlijkheid en speelde zij haar rol voor het volle leven. Typeerend voor het groeiend leeken-karakter der apostolisch-socialistische beweging is — weer onder vele andere documenten — het verhoor van eenige Begarden die in 1334 te Metz werden verbrand. Zij noemden zich „broeders der opperste armoede", die „de sporen van Christus wilden volgen"; hun levenswijze zochten zij in te richten naar het voorbeeld der apostelen, maar kloosterlingen noemden zij geen ware navolgers Christi. Merkwaardig is dat bij hen ook reeds weerloosheid en verzet tegen den eed vallen waar te nemen 6). Het is een praeludium op het lied der latere Wederdoopers, waarover beneden meer; hier worde volstaan met op te merken, dat, wanneer in een latere periode de tekortkomingen der Valdenses en Picardi in de ketterprocessen worden opgesomd, deze met de Wederdoopers in één adem worden genoemd.

Maar, vraagt de sceptische tegenstander, die zich van de gedachtenwereld van hedendaagsch socialisme niet heelemaal los kan maken: is hier niet zulk een overmaat van individualisme in 't spel, dat voor" het eig. sociale in de navolging van het apostolische voorbeeld geen ruimte overblijft? Die ketters van Metz bijv. — en wat geldt van hen, geldt voor duizend anderen — gaan al heel weinig opbouwend te werk, verwerpen eig. ook gemeenschappelijk bezit — het meest radicale, destructieve consumptieve communisme dat zich denken laat —, zq* leven van den bedel, parasiteeren. En, in aansluiting hieraan: is hier