Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door de opentlijke uitgave dezer Afscheidsrede voldoe ik aan het eenstemmig verzoek mijner hooggeschatte Ambtgenooten en aan den wensch van niet weinige leden der Gemeente. Onder velerlei afleiding opgesteld in dagen, waarin, de tijd en stemming tot rustigen arbeid ontbreekt, zou ik haar daartoe niet hebben bestemd. Intusschen, eenmaal tot de inwilliging van het zoo vriendelijk gedane aanzoek gekomen, verblijde ik mij, in dit eenvoudig woord een nederig gedenkteeken te kunnen stichten voor God, die mij in dezen geliefden werkkring plaatste; voor de Gemeente, die mij zoo menig aandoenlijk bewijs van hare gehechtheid gaf; eindelijk voor den geest der eenheid en liefde, die mij met mijne Ambtgenooten steeds zoo innig verbond.

Stichte het Afscheidswoord, ook in dezen vorm, nog eenig nut! en, bovenal, onderhoude het bij zoovelen, die mij dierbaar zijn, het aandenken aan een kort, maar onvergetelijk verkeer,, dat, aan deze zijde des grafs begonnen, beter en volkomener aan gene zijde zal worden voortgezet, in een taal, waarin het woord scheiding ontbreekt!

H.

Sluiten