Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ziet toe voor u zeiven. Hetgeen ik u zeg, dat zegge ik u allen: waakt!

Och, of nu dat beeld, die gestalte , zich zoo diep in uw geest inprentte, dat zij daarin onuitwisschelijk bleven staan! Mogt het daartoe iets toebrengen, dat ik u uitnoodige om het woord des wachters, dat gij gehoord hebt, voor u zeiven te herhalen! Doet het, zingende , van Gezang 77 vers 1.

TUSSCHENZANG.

Waak, Christen I waak, blijf in 't geloof,

Dat niemand u die kroon ontroov". GWraag u manlijk, wees kloekmoedig

In 's Heeren aanbevolen werk,

Standvastig, onbeweeglijk, sterk, Volijvrig, altijd overvloedig:

Uw arbeid zal in onzen Heer

Niet ijdel wezen: Hem zij de eer!

III.

Ziet toe voor u 'zeiven, dat wij niet verliezen hetgeen wij gearbeid hebben! Zoo spreekt johannes, en dringt dus zijn wekstem ter volharding aan, met een woord, waarin hij hen dreigt met de mogelijkheid om al het goede, thans in hen gewrocht, voor altijd te verliezen. Zoo spreekt hij, met heenwijzing naar beider arbeid, beide den zijne en den hunne, waaraan dit goede te danken was.

Ook hier wederom spreek ik johannes na. Dezelfde bedreiging: Wat wij zamen gearbeid hebben, ziet toe dat gij het niet verliest! Dezelfde aandrang: Verliest het niet om onzes gezamentlijken arbeids wille, verliest het niet

Om mijnent,

Om uws zelfs wil!

Sluiten