Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 2.

De grondslag van de Christelijke zedeleer is de leerstellige Godgeleerdheid, die zij onderstelt, en waarop zij gebouwd is.

Aanm. Drey noemt haar dus te regt eene omgekeerde Dogmatiek, daar het geloof de grond is, waaruit het Christelijk leven opwast. Niet minder is echter de invloed der Moraal op de Dogmatiek, die, door de vraag naar het nut voor 's menschen ontwikkeling bij de beschouwing der leerstellingen, zeker veel verloren heeft, gelijk zelfs Reinhard bewijst.

§ 3.

Gelijk de leerstellige Godgeleerdheid van de wijsgeerige, zoo verschilt ook de Christelijke zedeleer van de wijsgeerige zedeleer.

Aanm. Zij is theologisch, omdat zij uit eene bijzondere Godsopenbaring; zij is Christelijk, omdat zij uit den geest Gods in en door Christus wordt afgeleid, terwijl de wijsgeerige haren oorsprong ontleent uit de ménschelijke rede, als den spiegel der Goddelijke rede, of uit de objectieve en absolute rede, door Spinoza genoemd het Godswoord in den mensch. Men vergelijke echter de voorrede van Martensen, bladz. XV en XVI.

§ 4.

Gelijk de leerstellige Godgeleerdheid van de Bijbelsche geloofsleer, zoo verschilt ook de Christelijke zedeleer van de Bijbelsche zedeleer.

Aanm. Men onderscheide het Hebraeismus, Mozaïsmus, Prophetismus en Judaeismus (mede het Apocryphische) in de zedeleer van het O. T., het Christische, Johanneïsche, Paulinische, Petrinische in die van het N. T.

Sluiten