Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE DEEL.

ALGEMEENE CHRISTELIJKE ZEDELEER.

EERSTE HOOFDSTUK.

LEER VAN HET CHRISTELIJK-ZEDELIJKE. § 1-

Het Christelijk-zedelijke onderstelt de stichting van het rijk Gods door Christus, d. i. de Godsdienstig-zedelijke gemeenschap der menschen met God door Christus, werkende in de zijnen door den H. Geest, om hen op te leiden voor het eeuwige leven.

Dit rijk, het koningrijk Gods of koningrijk der hemelen genoemd (Matth. VIII: 11, verg. Lukas XIII: 29. Matth. XIX: 23, 24), is tweeledig, deels tegenwoordig, deels toekomstig (Matth. XIII: 36—43. Matth. VI: 10. XVI: 28 en XXVI: 29). Het tegenwoordige, -gering in aanvang, moét steeds toenemen (Matth. XIII: 31, 32. 47—50), en is geenszins staatkundig (Joh. XVIII: 36, 37. Luk. XVLT: 20, 21) maar zedelijk-Godsdienstig (Mark. XII: 32—34. Matth. V: 20. VI: 33). Het is louter geestelijk (Bom. XIV: 17. 1 Kor. IV: 20), en dus binnen in den mensch (Luk. XVII: 21»).

Zijn doel is de opvoeding van zijne burgers tot eenheid met God of tot volkomenheid (Matth. V: 20. VI: 33. XIX: 21—26.

Sluiten