is toegevoegd aan je favorieten.

Schets der Christelijke zedeleer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mehe, physische en zedelijke vrijheid. Door de eerste bedoelt men, dat de mensch niet door eene uitwendige, maar door eene inwendige oorzaak, door zich zeiven, bepaald wordt. Deze vrijheid sluit echter niet uit, dat de bepalingen van den wil toch nog aan eene absolute noodzakelijkheid onderworpen zijn; maar stelt op den voorgrond, dat deze bepalingen geene uitwendige maar inwendige moeten zijn.

De physische vrijheid is de kiesvrijheid, of de natuurlijke geschiktheid, om zich zeiven te bepalen onafhankelijk van elke absolute noodzakelijkheid. Bij hare beschouwing van een aprioristisch Godsbegrip uitgaande wordt men Determinist (Augustinus, Calvijn),en de Anthropologie moet hier de Theologie besturen. De tegenwerping 'van Schleiermacher, dat de mensch altijd kiest, waarvoor hij niet onverschillig is, sclijnt de physische vrijheid geheel op te heffen.

De zedelijke vrijheid is noodzakelijkheid: want alleen hij handelt zedelijk, die doet, wat gedaan moet worden, d. L het zedelijk noodzakelijke. Het kenmerk van den volmaakten is, niet anders te willen, dan wat hij moet. Daartoe den mensch te brengen is het doel van Christus. Maar men neemt het woord doorgaans in de beteekenis van het vermogen der zelfbepaling ten opzigte van het zedelijke, en bedoelt dus de zoogenaamde kiesvrijheid , waarop van toepassing is: < vrij voor de deugd, zijn allen vrij voor de misdaad» (Milton's verloren Paradijs). En Lichtenberg heeft een diepen blik in de menschenwereld geworpen, toen hij verklaarde: «de mensch is zeker niet vrij, maar er behoort eene zeer diepe studie der Philosophie toe, door deze voorstelling niet te dwalen, eene studie, waartoe onder duizenden niet een tijd en geduld heeft, en onder honderden, die tijd en geduld hebben, naauwelijks één den geest.» Belangrijk is Dr. E. Zeiler, ueber die Freiheit des menschlichen Willens, das Böse, und die moralische WeUordnung (Theol. Jahrb.