is toegevoegd aan je favorieten.

Schets der Christelijke zedeleer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slacht, als zijn eigendom (1 Kor. III: 23. Rom. XIV: 7—9, als leden van Christus ligchaam), en Hem verheerlijken met ligchaam en geest (1 Kor. VI: .19, 20. 2 Kor. V: 15). Zij sluit in zelfwaardering, zelfbewaring en zelfontwikkeling.

§ 33.

Zelfwaardering is erkenning van het goddelijke in ons, als geschapen.naar Gods beeld (Jak. III: 9. Hand. XVII: 28), en als leden van Christus ligchaam, bestemd en geroepen tot heiligheid (Eph. I: 4. IV: 12 vlg. 1 Petr. II: 9, 10. 1 Joh. III: 3—10).

I. Zij sluit in ootmoed en zelfbeheersching, zoodat wij onze vrijheid als kinderen Gods handhaven, geene dienstknechten van anderen worden (2 Kor. VI: 14 vlg. 1 Kor. VII: 22 vlg. Gal. V: 1—10), noch slaven van onze zinnelijke driften en hartstogten (1 Kor. VII: 29—31), matig, kuisch leven, en ons onbesmet van de wereld bewaren (1 Tim. II: 9, 10. 1 Petr. III: 3, 4. 1 Joh. II: 15—17. Jak. I: 27).

II. Strijdig is a. zelfverachting, b. hoogmoed of zelfverheffing {Phil. TL: 3. Eph. IV: 1, 2. Matth. XVIII: 3, 4. Mark. X: 37. 1 Kor. XIII: 4), c. eerzucht (1 Kor. IX: 16. Bom. XIII: 7. Phü. TTL: 3—9, vergelijk Spreuk. XXII: L Sirach. XK: 29. Joh. V: 41, 44. XII: 42, 43. Gal. V: 26),

d. toorn (Eph. IV: 26, 27, 31. Psalm IV: 5. Kol. III: 8),

e. overdaad, hoererij en wat tot de zonde der onkuischheid behoort, waarbij wij echter op den voorgrond stellen Eph. V: 3, 12 (Eph. IV: 19. Bom. I: 24, 27. XIH: 12—14. 1 Kor. VI: 13—20. X: 8. Hebr. XIII: 4. Spreuk. V. VIL Sirach XXHI: 4—6, 23 vlg), en ƒ. deelname aan ongeoorloofde vermaken en gezelschappen (Eph. TV: 29. Kol. III: 17. 1 Kor. XV: 33).