is toegevoegd aan je favorieten.

Schets der Christelijke zedeleer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naauwgezet waarnemen van ambt of post (.Ro»».XII:7), door het gewillig betalen der belastingen (Matth. XXII : 17—21. Rom. XIII: 6, 7. 1 Petr. II: 10, 11. 1 Tim. VI: 17—19. 2 Kor. IX), en door te bidden voor haar (1 Tim. II: 1, 2). Martensen § 89—104

Aanm. 1. De vaderlandsliefde behoort deels tot de broederliefde, deels tot de liefde jegens allen (2 Petr. I.). Bij den Christen moet zij dus ondergeschikt zijn aan den algemeenen Christelijken geest, die het onderscheid van natiën wegneemt, en alle door den band der broederschap verbindt.

De verdedigingsoorlog is een noodzakelijk gevolg van de zonde, en moet zelfs zoo lang mogelijk vermeden worden : maar de veroveringsoorlog strijdt geheel met den Christelijken geest. Oorlog tegen Christenen tot ondersteuning van niet Christenen is een strijden tegen den broeder in Christus. Zie verder § 38, en Junius en Doedes, Comm. de betto.

Aanm. 2. Het Christendom bepaalt geen, en eerbiedigt eiken regeringsvorm (Rom. XIII: 1, 2), in zooverre hij de vrijheid van geweten in het dienen van God niet verhindert : maar het Christelijk beginsel staat zeker tegenover elke ovërheersching, en dus ook tegenover eiken regeringsvorm, die de regten van het volk miskent, het onderdrukt, de gelijkheid en broederschap opheft. Op den laagsten trap van ontwikkeling is de regering autocratischmonarchaal, op een hoogeren constitutioneel-monarchaal, op den hoogsten is de Christenheid het koninklijke en priesterlijke volk in het staatkundige en kerkelijké'leven.

$ 45.

De pligten jegens de kerk of gemeente als de geestelijke broederschap of het ligchaam, waarvan Christus het hoofd is, zijn die der waardering, be-