Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meenen mogt, dat de regten der Hervormde Kerk konden worden gekrenkt, of waar ik uit sommige bepalingen gevaren vooruit zie, die de werking der Wet voor altijd konden belemmeren.

Het karakter van deze conceptwet is eeniger mate verschillend van dat der vroegere wetten of conceptwetten op dit onderwerp. — De wet van 1818 had ten doel de plaats te regelen, waar de behoeftigen in den algemeenen onderstand kunnen deelen; de Conceptwet van 1845 kondigde zich reeds aan als van wijderen omvang. Zij werd ingediend bij de Kamers als eene wet op de ondersteuning van behoeftigen, en behoorde dus de regelen dier ondersteuning voor te schrijven. Thans is eene wet op het armbestuur, of het bestuur der instellingen van weldadigheid, voorgedragen. Bij die trapswijze opklimming en uitbreiding van het doel en den omvang der wet schijnt er nog alleen over te blijven, dat men later eene wet levere, niet slechts op het armbestuur, "maar op het armwezen, waarin derhalve alles wordt opgenomen, wat door al de vroegere wetten en conceptwetten slechts werd voorbereid. Doch, hoe het zij, — plaats van onderstand, ondersteuning van behoeftigen, armbestuur, — alle ontwerpen daaromtrent moeten zich uit den aard der zaak tevens verder uitstrekken , dan hun titel schijnt aan te duiden. De titel duidt alleen het doel, geenszins den inhoud der wet, aan. De tegenwoordige conceptwet gaat echter naar haar doel van datgene uit, waartoe die van 1845 ten slotte geraken moest, en zulks moet noodwendig invloed uitoefenen op hare geheele inrigting en op de verschillende onderwerpen, die hier behandeld; en op bepalingen, die hier gevonden worden. Eene wet op het armbestuur eischt ook vooral eene strengere eenheid

Sluiten