Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men moet het erkennen, indien het beginsel vaststaat en aangenomen is, alsdan wordt in deze wet in sommige opzigten veel aan de vrije werkzaamheid der diakoniën overgelaten; zoodat door dit ontwerp eenige der bezwaren schijnen weggeruimd te zijn, welke tegen de conceptwet van 1845 geopperd werden. Ik zal er later op terug komen.

Maar toch, al die schijnbare vrijheid is ondergeschikt aan en staat in verband met het hoofdbeginsel der wet, waaruit bezwaren voor de Hervormde Kerk ontstaan, die verre tegen de toegezegde en geschonken vrijheden en regten opwegen; bezwaren, mijns inziens, van dien aard,, dat zij de Hervormde Kerk — welligt ook andere Kerkgenootschappen — nu reeds tot waakzaamheid moeten leiden bij de overweging dezer conceptwet in de Kamers.

De grondkwaal toch der geheele conceptwet in betrekking tot de diakoniën schijnt mij toe gelegen te zijn in het beginsel der wet zelf, t. w. daarin, dat alle kerkelijke instellingen van weldadigheid, alle diakoniën, mede onder het armbestuur van den Staat worden betrokken, en dus bij gereede gevolgtrekking onder de wet gebragt worden.

Hier openbaart zich dus al dadelijk een noodlottig verschil van gevoelen tusschen de Kerk en den Staak, of voor alsnog de hooge Regering. Immers de onafhankelijkheid der diakoniën van de Regering staat bij de Hervormde Kerk vast, tost op stevige grondslagen en sluit dus bij haar elke vrije beschikking van den Staat buiten. Volgens de overtuiging der Hervormde Kerk, duidelijk en luide ook voor de Regering uitgesproken, zijn de diakoniën kerkelijke instellingen, alleen van de Kerk en de kerkelijke gemeenten afhankelijk en dus onder de Kerk staande, doch overigens zelfstandig in betrekking tot den Staat, en zijn de diakonie-

Sluiten