is toegevoegd aan je favorieten.

De hervormde diakoniën, en de concept-armenwet van 1851

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geren toestand van zaken, die niet wettig zon afgeschaft zijn, of op de wet van 1818, beriep; — zoolang behouden de aangevoerde gronden kracht van bewijs en kan de Hervormde Kerk geene aanranding van haar bijzonder eigendom gedoogen.

Dit echter heeft de Regering voorzeker niet bedoeld; daaraan wil zij zich niet schuldig maken. Het is omdat zij de zaak pit andere oogpunten beschouwt, en van een ander standpunt uitgaat, dat zij thans onbewimpelder, dan in de wet van 1818 of in de conceptwet van 1845, de ondergeschiktheid der diakoniën aan den Staat uitspreekt, even als die van alle privaat-instellingen van weldadigheid. Het mag echter verwondering baren, dat zij, met deze stelling voor de Kamers naderende, zich weinig moeite gegeven heeft, de ook door de Hervormde Kerk, even als door andere Kerkgenootschappen, aangevoerde beweringen te weerleggen, in weerwil van de overtuiging, die zij hebben kon, dat deze stelling aan veelzijdige tegenspraak zon onderhevig zijn; welligt echter ware dit te omslagtig en te bezwaarlijk geweest. Het wordt soms voorzigtiger gekeurd van geopperde bezwaren naauwehjks kennis te nemen, en alleen aan te voeren, wat men voor zijne overtuiging meent te moeten bijbrengen.

Zoo deed men ook bij deze Wet en wij willen daarom' die gronden nagaan, welke de Regering thans aanvoert voor de stelling , dat de diakoniën onder de wet moeten begrepen worden, of althans, dat de wet zich ook tot de diakoniën moet uitstrekken.

In de Memorie van toelichting worden die gronden gemeld. — De hoofdgrond komt hierop neder:

De Grondwet eischt, dat liet armbestuur door de. wet geregeld worde.