is toegevoegd aan je favorieten.

De hervormde diakoniën, en de concept-armenwet van 1851

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het inzigt van het Gouvernement *). Daarom wake men thans tegen een beginsel, dat vroeger of later den geheelen oudergang der diakoniën en der kerkelijke armbesturen, en hunne oplossing in de publieke dienst, zou na zich slepen. Thans is het tijd van spreken ; later kon het te laat zijn! — En dat: te laat! heeft krachtige beteekenis in onzen leeftijd!

Er worden echter in de memorie van toelichting ook nog andere gronden voor deze verklaring der Regering bijgebragt. Immers , behalve het reeds boven door mij bestredene, t. w., dat door zulk eene beperking (d. i., uitsluiting der diakoniën) de wet haar doel grootendeeh missen zou en het armbestuur door de wet grootendeeh niet zou geregeld zijn, haalt men ook , als onmiddellijk gevolg van den aangevoerden bewijsgrond, het andere gedeelte'van het grondwetsartikel aan, waaraan alsdan evenmin zou voldaan zijn. »Het armbestuur zou geen onderwerp van » aanhoudende zorg der Regering kunnen uitmaken, indien »de Wetgever zich van alle bepalingen, de diakoniën ver» bindende, moest onthouden." — lk meen hierbij te mogen opmerken, dat indien de Grondwet door: het armbestuur, alleen het burgerlijk of openbaar armbestuur te kennen geeft (gelijk ik boven beweerde), dit wel kon plaats hebben ; maar vervolgens, dat het hier niet de vraag is, of de Wetgever zich van alle bepalingen, de diakoniën verbindende , moet onthouden, of niet een toezigt, dat echter

1) Een lofredenaar der wet in het Handelsblad (6 Nov. 1851) roemt daarin de staatkundige wijsheid van den Minister, dat hij niet alles eensklaps onder dadelijk toezigt der gemeentebesturen heeft gebragt, noch het Engelsche stelsel, meer of min gewijzigd, hier te lande heeft ingevoerd, maar dat hij de groote beginselen meer in 't voorbijgaan gehuldigd, dan opzettelijk op den voorgrond gesteld heeft. — Een zeer opmerkelijke wenk, dien men niet voorbij zie!