is toegevoegd aan je favorieten.

De hervormde diakoniën, en de concept-armenwet van 1851

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is en de vrijheid en zelfstandigheid der diakoniën niet wil aantasten ? — Ik wensen onpartijdig te zijn, en daarom het goede in de wet niet voorbij te zien.

Er wordt in dit concept veel vrijheid gelaten aan de diakoniën in hun beheer der fondsen, en tevens zijn eenige der bezwaren weggenomen, welke tegen de conceptwet van 1845 zijn geopperd >).

Gelijk toch in deze wet het regt der armen op onderstand regtstreeks ontkend wordt (Art. 51) en du3 daardoor een einde gemaakt wordt asm zoovele bepalingen, welke facto verpligten onderstand hebben gevestigd; zoo is het ook kenbaar, dat de Staat tot de Kerk meer nadert door niet langer, gelijk in 1845, de plaats der geboorte als domicilie aan te wijzen, aan welke bepaling de Kerk zich nooit zou hebben kunnen onderwerpen; maar dat veeleer eene tijdelijke inwoning in de gemeente als grondslag wordt aangenomen; hier, even als in 1818, tot vier jaren uitgestrekt (Art. 28). Daardoor vervalt een dier bezwaren, die ik vroeger geopperd heb. — Daarenboven wordt in deze wet bepaald, dat de kerkelijke instellingen van weldadigheid' beheerd worden naar de voorschriften der kerkelijke besturen, mits niet strijdig met de bepalingen der wet (art. 5) ; dat de begrootingen en rekeningen der niet gesubsidieerde diakoniën niet onderworpen zijn aan de goedkeuring van het burgerlijk gezag (Art. 22); dat de beschikking over de bezittingen en inkomsten der diakoniën, wier doel is vervallen, aan de bevoegde kerkbesturen gelaten is (Art. 14); (iets, hetgeen in eenige gemeenten van groot belang is, ten einde thans ledig liggende fondsen aan hun doel te doen beantwoorden); dat de diakoniën onbelemmerd, op hare zedelijke verantwoordelijkheid,

') De conceptwei enz., bl. 39 en verv.