Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het recht van bestaan hunner richting eindigde en zij gehandhaafd werden'bij de leervrijheid, die zij voorstonden? Of meent gij dat die besturen, niet even goed bij de toepassing als de makers der reglementen bij hare vaststelling, de organen zijn van het geloofsleven der gemeente en van de ontwikkeling en verandering der heerschende geloofsbegrippen? Inderdaad zijn zij dat en zij zouden hunne taak met meer vertrouwen vervullen, als. zij zich hiervan volkomen bewust waren en niet dikwijls meenden, als bestuur, een objectief standpunt te moeten innemen.

Leervrijheid! Op dat woord schrikt de goede gemeente op als men er, oprecht en vredelievend, bijvoegt: met die leervrijheid zullen de Modernen alles afbreken, alles wegnemen en zoo den hechten grondslag ondermijnen van uw dierbaar geloof! Maar dan vergeet die oprechtheid en vredelievendheid er bij te voegen: Ja alles, behalve Christus in zijn leven en sterven. Mij dunkt, de orthodox opgevoede ronde zeekapitein in het zoo geestig geschreven Leesgezelschap van Diepenbeek zou zeggen: dat hij het daar wel mee doen kon en dat hij eigenlijk altijd begrepen had dat het daar juist op aankwam. En waarlijk, als de verschrikten met de vroomheid des harten van dien man, na dien afbraak der modernen, hunne rekening eerlijk gingen opmaken, zij zouden bevinden dat zij alles hadden behouden behalve eenige zeer diepzinnige leerstukken waarover, al bevatten zij de hoogste waarheid, Christus niets heeft geleerd. Maar ik moet billijk zijn. De modernen willen dat niet eens. Zij breken voor niemand iets af; ieder kan behouden wat hij heeft, maar hij moet het niet willen opdringen aan een ander, die het heusch niet npódig heeft.

Het odium theologicum, dat de christelijke liefde

Sluiten