Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeten gelooven om behouden te worden", moet men wel veronderstellen, dat gij die woorden dus verstaat als of er stond:, „van wien, omtrent wien wij al die voorafgaande .wonderbare dingen moeten gelooven om behouden te worden." Dat kunnen de modernen natuurlijk niet nazeggen. En de oppervlakkige schijn helpt u in de bevordering van dit ergerlijk misverstand. De gang in de redeneering en het vooropzetten dier wonderbare feiten en dan dat slot: in wien enz. zou inderdaad oppervlakkig gelezen, deze beteekenis kunnen vorderen. Immers er gaat niet anders vooraf dan wat er omtrent den persoon van Christus moet geloofd worden. Maar waarom is dan door u niet aan deze eenvoudige en duidelijke uitdrukking de voorkeur gegeven? Waarom het dan niet duidelijk gezegd:. „Va n wien wij dit alles moeten gelooven om behouden te worden."? Omdat de beteekenis inderdaad eene andere is. In iemand, hier in Jezus, gelooven kan immers alleen beteekenen: Vertrouwen op Jezus en alzoo gelooven in hetgeen hij sprak, leerde, werkte. Wat zou ' ook een geloof omtrent den persoon in al het voorafgaande vervat kunnen uitwerken tot behoudenis ? Dat alles kan op zich zelf geen voorwerp van een werkdadig geloof des harten zijn. Ook ware het uiterst vreemd van' een redelijk geloof en eenen redelijken godsdienst te spreken, welke vóór alles zou bestaan in de belijdenis of de verklaring van te gelooven in iets dat voor niemand iets anders dan een ondoorgrondelijk mysterie is.

Wij hebben dus bij dit laatste punt nog weder met een afzonderlijk geloofsartikel te doen, dat met al het voorafgaande wel verband houdt; maar dat verband kan alleen daarin liggen dat al het voorafgaande omtrent Jezus de grond is van het geloof in hem. M. a. w. komt het dan hierop neder: Al dat wonderbaarlijke en

Sluiten