Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1H. En nu het trouw verslag van Cornélius. De zaken, die er in staan, zijn over 't geheel reeds bekend, vooreerst uit de mededeeling in 't begin van 't hoofdstuk van hetgeen aan Cornélius wedervaren was, en voorts uit het verhaal, door de boden aan Petrus gedaan. Nochtans is dit verslag niet overbodig, gelijk in 't algemeen niets in de Schrift overbodig is. Want hier komt het niet zoozeer aan op de gebeurde zaken zelve, die reeds bekend zijn, maar op de ongekunstelde, eenvoudige, onopgesmukte en trouwe wijze, waarop deze Eomeinsche krijgsknecht de dingen mededeelt. Dat is hier het zwaartepunt.

Vroeger, op Godvruchtige gezelschappen, werden de menschen, aan wie iets gebeurd was, wel gelokt of gedrongen, om daar verslag van te doen. Die gezelschappen hebben wel wat goeds gehad, 't Geestelijk leven is er wel in opgewekt en bevorderd en verwarmd. Ze hadden ook wel hun schaduwzijde. Er werd soms minder uit het Woord Gods gehandeld, of uit de stukken der belijdenis, maar vaak meer de zuigpomp aangezet aan de harten, om er uit te halen wat God wellicht had doen ondervinden. Dat gaf wel eens iets gewrongens en gekunstelds. Want vele oprechte GodvrnChtigen zijn niet zoo scheutig met mededeelingen aangaande hun intiem innerlijk leven, vooral niet in wat grooter gezelschap. Dat moet ook zoo meer van zelf komen, als God er eens een tijd voor geeft. Dat laat zich niet best zoo persen. En aan de andere zijde gingen soms menschen verbazend uitpakken over hun geestelijke ervaringen, bij wie toch op den duur wel bleek, dat 't met hun geestelijk leven niet zooveel om 't lijf had.

Maar overigens — dan moet men niet laag neerzien op het mededeelen aan elkander, als God in intiemen en betrouwbaren vriendenkring eens de tijd en gelegenheid er toe geeft, van hetgeen de Heere heeft doen ondervinden. Als men mekaar maar niet wat napraat, en de een den dreun van den ander maar niet overneemt.

Want gij weet wat de psalmist zeide (Ps. 66 : 16 vv.):

Sluiten