Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

erkenning van de ware gesteldheid der rigting waartegen men optrad. De gronden toch, die deReferent soms aanvoerde, zijn van dien aard, als wij in de volgende bladen zullen trachten aan te toonen, en wat de voordragt en de hoorders van M'. i. da costa betreft, zoo. moeten deze den lezers van den Tijdsp., die er alleen door de verslagen van den Referent van vernamen, voorkomen: als bijeenkomsten, waar verouderde en verbruikte leeringen, op eene cynische wijs, door een onbevoegd persoon werden voorgedragen, te midden van een gehoor, dat uit mode en navolging zich vereenigde en waarvan de Referent vreesde, dat weinigen veel van hadden weggedragen. (Volgens den aanvang van het verslag van 1846.)

De schrijver dezes hoopt in het aangevoerde voldoende redenen te hebben aangewezen, om de billijkheid, ten minste te regtvaardigen, dat aan de uitnoodiging van den Referent omzijn werkte beoordeeien, beantwoord is. Die beoordeeling biedt hij zijnen lezers (van den Tijdsp. in de eerste plaats) in de volgende bladen ter overweging aan. Hoedanig hun oordeel hierover ook moge wezen, hij vleit zich, ook zelfs .wanneer de uitkomst daarvan geheel andere vruchten zal opleveren, dan hij zich onder het schrijven, wilde hij een doel hebben, cenigermate moest voorstellen, dat zij ten minste met hem hierin zullen instemmen, dat het bespreken van eenige punten uit de verslagen van onzen Referent, geene zaak was, die als geheel afgedaan en als uitgeput kon worden beschouwd.

De punten, die hij zich daartoe ter behandeling koos, zijn niet alleen te houden voor de voornaamste grieven van den Referent tegen M'. r. da costa's voordragt, maar voor het meerendeel kenmerken zij ook, en daarom zijn zij op zich zelve van veel gewigt, de rigting van den eerste in het godsdienstige, en daar deze rigting, in onze dagen, die van

Sluiten