Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de man slechts eene van deze proeven in waarheid met het gewigt van Gods woord gewogen had , en die, op goede gronden aangenomen of verworpen, had hij zoo doende da costa , zoo deze gedwaald hadde, beter kunnen inlichten , zijne lezers hierdoor leeren en stichten en alzoo ook in zijn verslag op eene wetenschappelijke wijs, wat hij voor waarheid hield kunnen voorstaan en prediken, terwijl hij zich nu onder zijne aanklagt zelve aan datgene schuldig maakt, wat hij in een ander wil veroordeeld zien.

Op bladz. 85 lezen wij verder: «Het was noodzakelijk »om het eigenaardige van de voorlezingen te doen kennen, »dat wij, uit den ruimen voorraad , zulk eene keuze de»den. Thans wenschen wij nog enkele stukken van grooter »en kleiner gewigt bij al het vorige te voegen , opdat het »blijke of de schaal met de voorlezingen rijzen , dan zin»ken of ook zwevende zal blijven.» Daartoe worden de lezers, op bladz. 88, alweder uitgenoodigd tot het wegen van eenige proeven van humoristische voorstelling. Ja , wel alweder, want het is alweder hetzelfde , namelijk : zeven Dacostiaansche uitdrukkingen, en dan weder vragen aan de lezers en bestraffingen voor da costa. En dat alles moet dienen om de eigenaardigheid van de voorlezingen van da costa te doen kennen. Die eigenaardigheid wordt echter daardoor niet gekend , even zoo min als wanneer de schrijver dezes de eigenaardigheid van da costa's voordragt zou hebben doen kennen , door het uitgeven zijner aanteekeningen daarover. Hierin toch is niets Dacostiaansch te vinden, maar alleen opmerkingen , waarheden en schriftverklaringen , die hem onbekend waren. Daarenboven zou hij zich niet aan zoo iets gewaagd hebben omdat hij overtuigd is, dat er eene taal is om

Sluiten