is toegevoegd aan je favorieten.

Mr. I. da Costa en de referent zijner voorlezingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kennen, maar ook wegen, moet men niet alleen zich met den vorm blijven afgeven , of herhaalde malen met dezelfde grief ter tafel komen, maar als men eenmaal iets op goeden grond heeft afgewezen, verder gaan. Wanneer men de beide verslagen doorleest, komen wij tot deze twee hoofdresultaten van de kritiek van den Referent, da costa sprak plat en oneerbiedig , en da costa was hard en bits tegen eene hedendaagsche Theologie; maar hiermede is 'smans voordragt niet gewogen. Na de beantwoording op de vraag: hoe spreekt hij? had er op de schaal moeten gelegen worden: wat predikt hij? waartoe de duidelijke uiteenzetting en beoordeeling van eenige hoofdpunten der voordragt ware vereischt geworden; terwijl nu het werk van den Referent eene aaneenschakeling is van louter aanstippingen uit eene rijke voordragt, die* hierdoor schraal, stroef en , wat meer zegt, nu en dan onwaar wordt wedergegeven.

Wij willen hiervan een voorbeeld bijbrengen, en wel over een punt, dat door den Referent eenigermate op den voorgrond wordt gesteld. Op bladz. 542 van den Tijdsp. 1846 lezen wij tweemaal, dat da costa de hedendaagsche theologie Nicodemiaansch genoemd had, deze beschuldiging wordt op bladz. 3 herhaald. De Referent had bij de eerste maal beloofd hierop nader te zullen terugkomen. Dit geschiedt op bladz 4 , waar wij lezen i «Nicodemüs begint „met jezus beleefdheden te zeggen en komplimenten te «maken; maar jezus wijst dat af, begint den grooten storm „ineens, en plaatst hem oogenblikkelijk op het ware ter»rein. Nicodemüs zegt \ maar wedergeboorte ? Dat is immers », eene absurditeit? Hij ridiculiseert de woorden van jezus en „wil er zich met eene kleine badinage van afmaken. — „Zóó doet de theologie nog. De geheele theologie is Ni-

*