is toegevoegd aan je favorieten.

Mr. I. da Costa en de referent zijner voorlezingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V.

Na beweerd, en zoo wij meenen, aangetoond te hebben, dat de eigenaardigheid van da costa's voordragt op eene verkeerde wijze door den Referent was voorgesteld, gaan wij over tot het bespreken van zijne stehmg, dat da costa het verband uit het oog verloor, dat er tusschen inhoud en vorm bestaan moet in het behandelen van christeUjke zaken. Wij vereenigen daartoe vooraf de volgende uitspraken van den Referent.

Op bladz. 174 (Tijdsp. 1848) lezen wij: de Heer da costa sprak niet alleen uit het hoofd en vrij maar uit het diepste des harten. Verder, op bladz. 180, wordt hem een warm christelijk geloof toegekend. Op bladz. 87, {Tijdsp. 1846) wij gelooven dat de Heer da costa lijnregt in stijd met zijne oogmerken, (ten volle zijn wij daarvan overtuigd en het smart ons daarom 'des te meer) aan meuigen juist datgene ontnam, wat hij hun wenschte te geven. Het oogmerk van da costa wordt aangegeven op bladz. 339, (Tijdsp. 1846), schriftkennis bij en stichting van zijne hoorders. Van den vorm, dien de spreker zich koos, lezen wij op bladz. 340 (Tijdsp. 1846), namelijk de taal van zijn tijd, terwijl eindelijk de Referent eenige regels verder beweert, dat er een verband bestaat tusschen den vorm en de zaak, dat niet kan of mag verbroken worden. Wanneer wij ons nu herinneren dat die taal des tijds, waarin da costa sprak , door den Referent voor eene on-