Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een hooger doel had. dan zijn auditorium alleen te vermaken, zulks bij diegene zijner hoorders miste, in wier beoordeeling over zijne voordragt, uitsluitend of grootendeels, ten goede of ten kwade over den vorm werd uitgewijd.

Dat uitwijden over den vorm ten koste van den zin en de beteekenis, is eene natuurlijke eigenschap van een tijd, als den onzen, die aan den eenen kant zich, wetenschappelijk met ijver en talent, toelegt op de bearbeiding van het meehanische in de kunst, en aan den anderen kant, ten gevolge eener, met onze overige krachten en vermogens onevenredig opgevoerde verstandsontwikkeling, arm is aan gemoedelijkheid. Deze eigenschap moet noodwendig allernadeeligst werken op het gebied eener Godsdienst, waarin alleen op geest en waarheid gezien wordt, en die eenig en alleen wordt voortgeplant in de harten der men schen, door eene prediking, die, wil zij vruchten dragen, tot dat binnenste dier harten moet doordringen, voor hetgeen vorm juist te eenenmale het onverschilligste is, tot het geweten namelijk (pauujs). Door dezen verkeerden zin worden zij beheerscht, die zich verwonderen, hoe men in een leeraar uiterlijke en bloot verstandelijké talenten kan versmaden, zoo hij door zijne prediking geen innerlijk geloof toont te bezitten, en hoe men in onzen hoogst beschaafden tijd, zich niet ergeren moet aan de Galileesche uitspraak van een petrus, aan de sléchte woorden van een paulus. Door dezen zin werd onze Referent, in hooge mate, bestuurd, toen hij in zijn eerste verslag bladz. 174 schreef: da costa sprak uit het diepste des harten, terwijl hij in het tweede, bladz. 88 vraagt: »waarom toch kon de heer da costa aan zulk eenen vorm »de voorkeur geven boven zoo vele andere, als hem

Sluiten