Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die gebrekkigheid haar na ook van de heiligste, maar tevens ook moeilijkste verplichting gaat ontheffen?

Wat blijft er toch van gericht en gerechtigheid over, als daar maar straffeloos alle afgoderij, valsehe godsdienst en ook het rijk des Antichrists mag worden bevorderd? Als het zóóver gaat, dat niet alleen in de practijk deze wet wordt overtreden, maar dat het ook nog een ergernis wordt, zelfs in het oog van zich noemende voorstanders van den waren Christel ij ken godsdienst, dat die zinsnede daar in de wet staat, dan vragen wij: waar moet dit heen?

Zóóver, gaat de zoo hatelijk modern genoemde Staat thans nog niet eens. Zij durft zelfs nog niet aan de Zondagswet te tornen. Zij laat haar bestaan. Zoo staat er zoo veel.

Zoo liet God ook zoo menige Wet des Ouden Verbonds, in Christus vervuld, daar nog staan. En daar die Wetten in de Zijnen nog o. zoo slecht zijn vervuld, zoo staan Die daar dan ook juist tot hunne vermaning.

Zoo staat ook de aangevochten zinsnede van Art 36 daar ook, niet alleen om de Overheid te wijzen op hare dure roeping, doch ook om de Gemeente Gods er aan te herinneren, hoe de gruwelen ook in haar hart en midden, met wortel en tak moeten uitgeroeid worden.

Laat. Gij, Dr. Kuyper, haar dan staan.

Laat af, en weet, dat Ik God ben (Ps. 46:11); zoo spreekt God tot allen, die Hem, of Zijne Waarheid bestrijden. Hij zal Zijn recht handhaven in 'tmidden zelfs der meest woeste heidenen.

Al schijnt het U, Dr. Kuyper, ook zelfs ongerijmd toe, al hebt .Gij er bezwaar tegen:

„het Woord zult Gij laten staan!"

En Dat hebt Gij verkracht en onzen Vaderen een slag in het aangezicht gegeven. Dit zouden wij in de 2de plaats aantoonen.

b. Ook al spreekt Dr. Kuyper (De Heraut van 28 Oct. jiï.) op nog zoo hoogen toon „van een zoo ernstig bezwaar, dat hij tegen dit punt in onze Belijdenis in brengt" en van zijn „eisch in den naam des Heeren Jesn Christi, dat deze zinsneê in onze Belijdenis veranderd worde"- - de vraag is, of de gewichtigheid van zijn bezwaar niet alleen gelegen is in de hevigheid van den aanval in woorden, en van waar Dr. Kuyper het recht

Sluiten