Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

land — „maar hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen!" — „Wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden!"

Hoe komt men er toe, uit deze woorden van den heer L. een beschuldiging, nog wel een drievoudige beschuldiging te trekken!

Waarom niet de voorrede van den Vertaler (Dr. Kohlbrügge) aangetast ? Daar wordt het nog duidelijker gezegd:

„Wat zou mjj meer tot vreugde zijn, dan dat verslagenen en verbrokenen van hart, uitroepende, wat zij moeten doen om zalig te worden, in het Woord Gods, Christus, hunne gerechtigheid, waarnaar zij alleen verlangen, mochten erkennen, daartoe opgewekt door het lezen van dit werkje; en dat voorts alle ongeduldigen, die op den Heere niet wachten kunnen, worden opgewekt om in hunne binnenkamer te gaan, om zich daar in te wikkelen in de gerechtigheid van Christus, en om Hem de zaak van kerk en land in handen te stellen, die voor Zijn Woord én kerk en volk, ook in ons land, wel zorgen zal."

Maar neen, voor dezen heeft men achting; dezen zegt men te eeren als een geloofsheld. Maar nu het een zijner volgelingen geldt, die precies hetzelfde durft te zeggen, wordt hij als den „inbrenger" eener „vijfvoudige" (!) aanklacht tegen den heer K. en de zijnen gedoodverfd!

Nu gaat „de beschuldiging ver!" Nu „wordt de handschoen ons — volgens den heer K. hem en den zijnen — openlijk toegeworpen." We zouden kunnen vragen, of de heer K. ons kan bewijzen dat de heer L. hem en den zijnen den handschoen toegeworpen heeft f

En dit is hem onmogelijk. Alleen dan, als zijn partij de éenige was, die naar een normalen toestand streefde. En dat dit zijn partij niet alléén is, weet ieder.

Maar in dit „opnemen van den handschoen" (die volgens den heer K. hem toegeworpen is) schuilt iets meer bedenkelijks.

Er schuilt een zeker zelfverwijt in, wat niet te miskennen valt. In hoeverre dit waarheid is, staat niet aan ons te beoordeelen.

Wij geven alleen den indruk weer, dien deze woorden op ons maakten. En dat wij met dezen indruk niet alleen staan, weten wij te goed.

„In vollen ernst", zegt de heer K.

Wij wenschen van harte, dat een heilige ernst Gods volk in deze

Sluiten