Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„weten het niet verbiedt," voegt hij er bij) verlaat hij het bisschoppelijk paleis.

„Welke pijnlijke gedachten in mij omgingen op dien weg van „Luik naar St. Truyen, laat zich onder geen woorden brengen."

In het klooster terug werd hij, dank zij de bevelen des bisschops, niet meer met uittartende vragen en schimpwoorden gekweld. Zijne oversten droegen hem zelfs de taak op om, tusschen zijn theologische lessen in, zelf les in de wijsbegeerte aan sommige confraters te geven. Dat was hem een heerlijke afleiding. Het deed den jeugdigen docent wat minder in een hel van kloosterbekrompenheid en monniken-onverdraagzaamheid leven, waar hij gehoopt had een voorproef der hemelvreugde te smaken. Een hel in den hemel I dit ervoer de onbedorven jongman nog in een ander opzicht en wel in die mate, dat er niet gesproken kan worden van kloosterbekrompenheid maar van kloosterverdorvenheid. Laat ik het u met zijn eigen woorden vertellen. „Ik was niet lang in „communiteit" (d.w.z. kort na de bevordering tot diaken, in welk ambt hij o.m. ook tot 't hooren der biecht gerechtigd werd) „of „wat ik het allerminst in een klooster had verwacht, zag en hoorde „ik met eigen oog en oor." Wat in het novitiaat voor onzen vriend verborgen was gehouden, zagen hoorde hij nu: jaloerschheid in de hoogste mate, nijd en haat onder de paters en fraters. „Ook „vernam ik dat eenige paters met hunne biechtelingen, tot in de biechtstoelen zelve, niet weinig oneerbaar leefden. Zóó oneerbaar zelfs had„den sommigen zich gedragen, dat zij door hun eigen biechtkinderen „bij den bisschop waren aangeklaagd... Nog ellendiger 1 ik hoorde „van onkuischheden en zonden onder de paters spreken, zoo gru„welijk en onnatuurlijk, dat ik er mij nauwelijks een begrip van „vormen kon."

Dat Kraayvanger door dergelijke afschuwelijkheden ten diepste werd aangegrepen, behoeft geen betoog; zijn mond kan 't zwijgen niet meer bewaren; hij moet spreken, luide tegen dat alles verzet aanteekenen. Andermaal staat hij, ditmaal ongeroepen, tegenover zijn oversten. „Het wordt hoog tijd, dat aan dit alles een „einde komt"; zoo luidt zijn woord, nadat hij zich voor zijn superieuren nader verklaard heeft. Tot zijn verbazing bemerkt hij, dat die hoog-eerwaarden volstrekt niet onbekend zijn met het schandelijke, dat in hun eigen klooster voorvalt „Dat moet uit „zijn, hoog-eerwaarden. Anders zal ik genoodzaakt zijn het elders „te zoeken." — „Lieve frater 1 om Gods wil toch, zwijg; wees „maar gerust, daar zal wel een einde aan komen ; we zullen ons „uiterste best doen. Wat we u echter bidden: houd u stil. De „eer van het klooster zou er anders onder lijden." — De eer van het klooster 1 Alsof de eer van onschuldige biechtkinderen niet in aanmerking kwam 1 . De eer van het klooster 1 Alsof bij al dat oneerbare nog van eer sprake kon zijn 1

Sluiten