Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoewel uit Haarlem verplaatst, omdat hij licht had gezocht bij een predikant, dreef dit verlangen hem ook te Oudewater weder tot een Hervormden geestelijke, om diens voorlichting te vragen omtrent het geloof der Protestanten.

Tal van bezoeken worden gebracht bij den predikant, en al konden de gedachtenwisselingen met dezen hem niet terstond overtuigen, het deed hem goed zijn twijfelingen te kunnen bespreken met een ander, die ook nadacht en zich evenmin klakkeloos kon neerleggen bij een door anderen opgestelde geloofsleer.

Het spreekt vanzelf, dat deze bezoeken op den duur niet verborgen konden blijven voor zijne gemeentenaren. Doch de liefde, die zij hun kapelaan toedroegen, werd er niet door verminderd. Gansch anders werd de zaak echter opgevat door Kraayvangers oversten, die vreesden, dat hij in de protestantsche kerk zou kunnen vinden, wat hij in de roomsche tevergeefs had gezocht. Dit had Ds. van Heyningen voorzien en daarom herhaaldelijk gewaarschuwd: „Als men u soms in stilte zou willen wegvoeren, al was 't in 't „midden van den nacht dat ge gehaald werdt, kom dan onmiddellijk „bij mij, om tegen vervolging veilig te wezen." Nog kort geleden had ds. v. Heyningen zijne waarschuwing herhaald, of de vriend kwam niet meer in de gastvrije woning. Op een morgen verzamelen zich tal van mannen en vrouwen voor de roomsche kerk, opgeschrikt door het gerucht dat Kraayvanger dien dag vertrekken zou. Voor de Roomschen, reeds grootelijks teleurgesteld, omdat hun geliefde kapelaan niet tot hun pastoor was aangesteld, een nieuw verdriet, dat hij zelfs niet eens bij hen mocht blijven. Voor de Protestanten een akelig bewijs van Rome's macht over hare volgelingen, bepaaldelijk over hare priesters. Zoo groot was de opgewondenheid, dat de burgemeester zich ermede moest bemoeien. Hij wist te bewerken, dat Kraayvanger eerst tegen den avond zou vertrekken, als de menigte zou zijn uiteengegaan en de grootste opwinding in het stadje over het plotseling vertrek eenigszins zou zijn gestild.

Kort daarop werd bekend, dat Kraayvanger als tweede kapelaan, gedegradeerd dus en nog strenger bespied en nagegaan, is overgeplaatst naar Leiden.

Maar de oudewatersche Roomschen lieten hun beminden kapelaan niet los, zij bleven hem aanhangen ook na zijn overplaatsing. Tal van brieven zijn bewaard, getuigenis gevend van hun aanhankelijkheid aan den man, die hun steeds was voorgegaan in, en steeds bij hen had trachten aan te kweeken het dienen van God in geest en waarheid.

Ook te Leiden zou pastoor van den Burg een oog in 't zeil houden, om na een iVg jarig verblijf van Kraayvanger in de Sleutelstad de voldoening te smaken, dat de ketter werd opgeroepen naar het weertsche klooster, vanwaar hij zeker niet zou wederkeeren.

Sluiten