Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„om Rome vaarwel te zeggen en mij aan te sluiten aan een andere „gemeenschap." (blz. 57).

„De heilige overtuiging, dat met en voor Rome te arbeiden „en de heiligste belangen der menschheid voor te staan en te bevorderen, onvereenigbare pogingen zijn, heeft mij tot dien stap „bewogen; en mijn besluit, onder biddend opzien tot den Vader „der lichten en der geesten genomen, staat onwankelbaar om het „laatste te doen met inspanning van al mijne magt en met den „levenstijd, dien God mij nog verleenen zal op aarde. Voor het „ware godsrijk te arbeiden naar de uitspraak van het woord „Gods en de inspraak van het eigen geweten, ziedaar wat „ik vurig begeer en waarnaar mijn ziel verlangt met een heilig „verlangen. Terwijl ik mij aan deze taak toewijd, hoop ik, bij alle „verschil van godsdienstige overtuiging, rechtvaardiging te vinden „bij allen, die deze overtuigingen willen eerbiedigen, en wier hart „klopt voor de eer van God en het heil der menschheid.

„Des menschen vereeniging met God en de onderlinge vol„making door den band des waren geloofs en der reine liefde, „dit zij onzer aller leuze; en een iegelijk, die naar deze nimmer „stilstaande hervorming streeft, erkenne mij als zijn mede-arbeider „op het onafzienbare gebied des geestes, wiens oorsprong en einde „God is." (bl. 58).

„Het waarachtig en zaligmakend geloof heeft een dieperen „grond dan een voor waar houden van wat geschreven is of een „aannemen op gezag. Schenken wij geloof aan de godsgezanten, wij „doen het, omdat wij, in hunne uitspraken het ware en goede „opmerkende, hen achten te zijn tolken van de godsstem, die in „des menschen eigen bewustheid spreekt.

„Wij schenken hun noch iemand anders dus geloof alleen om „hunne uitspraken, omdat dit niet voldoen zou aan de' behoefte „van onzen geest, die naar een eigen zelfbewuste overtuiging verhangt; alleen in zooverre hebben zij aanspraak op onze toestem„ming, als hunne uitspraken aan de eischen van onze rede en de „behoeften van ons hart en geweten voldoen. Wij gelooven dus „niet op gezag. De goddelijke waarheid is het eenigste en hoogste „gezag tot ontwikkeling van den menschelijken geest; en waar „die ontwikkeling ook gevonden wordt, in uitwendige kerkvormen „of in de schrift, hij neemt ze aan als middel tot hoogere vor„ming" (blz. 25, 26, 29).

„Is de goddelijke waarheid het hoogste gezag, dan is het ons „ook duidelijk, dat de godsdienst geestelijk is in haar wezen en „wel onderscheiden moet worden van de vormen, waaronder zij „vaak verkondigd wordt.

„Jezus Christus vervulde door zijn leer en leven de gansche „profetie, en zoo werd hij de hervormer der menschheid, die „haar de volmaakste godsdienst gaf, vrij van bijgeloovige en be-

Sluiten