Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brieven, die toch eerst ontvangen en gelezen werden in den kring der opzieners, hetzelfde doen. En zoo versterkt het de opvatting, dat Petrus zich in 't bizonder heeft gericht tot de apostelen. Als grond daarvoor hebben we het overigens niet noodig.

De ernstige waarschuwing van Ds. L., dat we toch vooral niet op grond van het „mannen broeders" in Hand. 1 tot de conclusie zullen komen, „dat de vrouwen bij de verkiezing van Matthias zijn uitgeschakeld, omdat we anders gevaar loopen, dat er vrouwen opstaan, die zich aan menige apostolische vermaning onttrekken, bewerende, dat die alleen voor mannen geschreven zijn", klinkt bijna potsierlijk. En we zouden als het niet over zulk een ernstige zaak ging, geneigd wezen er scherts in te zien. Was het in een debat, dan kon men er een tegenstander wellicht een oogenblik mede overbluffen ; maar serieus in een art. in de Bazuin, waarmede Ds. L. voor 't voetlicht treedt, kunnen we er ons ternauwernood een denkbeeld van vormen, hoe het mogelijk is, dat Ds. L. zoo iets durft beweren.

Gelooft Ds. L. werkelijk dat een godvruchtige vrouw ooit tot iets dergelijks zou komen ? Of acht Ds. L. het gehalte van onze vrouwen zóó, dat er werkelijk gevaar bestaat, dat zich een zoodanige beweging, en dat uit zoo ongerijmde oorzaak, zou openbaren ? Is dat waar, laat ons dan Ds. L. wederkeerig den raad mogen geven aan de vrouwen toch geen stembiljet in handen te geven, al is het dan ook maar om advies te geven, want hoe onbekookt zullen die adviezen dan niet zijn!

We gelooven dat Ds. L. zonder zorg kan wezen in dat opzicht; onze vrouwen staan veel te hoog, en beseffen veel te goed nog haar positie en waarde, dan dat ze zich aan „kerkelijke relletjes ' zouden schuldig maken.

Een ander Schriftgedeelte dat in de discussie tusschen Ds. L. en Ds. S. in 't geding kwam is Hand. 15, waar verhaald wordt van de vergadering te Jeruzalem van apostelen en ouder-

Sluiten