Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overlaten; wij voor ons kunnen in hen het geloof der Christelijke waarheid niet vinden."

Mag ik u wel vragen, o Gij die aldus spreekt! hebt gij wel eens opgemerkt en ingedacht, dat van al de Apostelen en Evangelisten maar twee, johannes en paulus, en behalve hen de Paulinische Schrijver van den Brief aan de Hebreen, spreken van het voorbestaan van Gods Zoon en Hem, in verband daarmede , God noemen ? Zelfs de drie eerste Evangelisten, aan wier hoofd de Apostel mattheus slaat, vermelden geen enkel woord uit jezus eigen mond omtrent zijn vroeger leven bij God in den hemel (1). En toch heeft de Kerk alle eeuwen door ook deze als oorspronkelijke, ware Evangelieën, als geschreven, echte predikingen van Christus aangenomen en bewaard. Wilt gij die dan ook uit de rij van onze Heilige Schriften wegnemen, en zeggen, dat gij daarin de Christelijke waarheid betreffende den persoon des Verlossers niet vindt ? » Neen," zegt gij, » wat ik dan ook daar niet vinden kan en van elders, door die groote Apostelen, johannes en paulus geleerd, moet bijvoegen , ik zie toch ook daar mijnen Heer mij voor oogen gesteld in zijne geheel eenige Goddelijke wijsheid en magt en reinheid en heiligheid, en in zijne liefde vooral, die Hem geheel voor ons zondig geslacht deed leven, ja sterven voor de zondige wereld; ik zie Hem daar ook uit 't graf verrezen om de eeuwig levende Zaligmaker van menschen te zijn; en dan zeg ik daarbij tot mij zeiven: Hij moet wel die zijn, dien johannes mij volkomen doet kennen en dien paulus

(1) Zie van herwerden , Als hoedanig stellen de Apostelen Jezus betrekking tot God voor, Tijdschrift Waarheid in Liefde, 1860, II.

Sluiten