is toegevoegd aan je favorieten.

Het recht, de kracht, de grond der hope tot de stichting en instandhouding van onze hoogeschool met den Bijbel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welwillende aandacht schenken, als ik in eenvoudigheid met het daareven uitgesproken doel ga trachten u aan te toonen,

dat wij aan liet feil in om Schriftwoord vermeld ons recht

ontkenen ; dat wij daaruit onze sterkte putten; dat wij daarop onze hope bouwen; dat ivij daarin de oorzaak van onzen zegen zoeken.

Bij het antwoord op de vraag of eenige daad of zake door U cf mij moet worden gedaan ligt de beslissing niet daarin, dat zij noodzakelijk is — noch daarin, dat zij in zich zelf goed is — en ook niet daarin, dat wij er de krachten en gaven toe bezitten, — maar hierin, dat wij er het recht toe hebben.

De daad of zaak kan in haar zelf noodzakelijk en goed zgn, terwijl nochtans de dader om zijn doen strafbaar is.

Denkt aan Saul die offerde .... en deswege onder het oordeel der verwerping kwam; aan David en de reden waarom hij weigerde de hand te slaan aan den verworpen, den van God gevonnisden Saul.

Zoo u het recht tot uw doen ontbreekt, dan handelt gij naar willekeur en dan zij t gij te veroordeelen in dit uw doen.

Geen wonder dan ook, dat de Farizeën en schriftgeleerden van meet af, reeds bij de eerste tempelreiniging tegen Jezus optreden met de vraag: »Wat teeken toont gij ons, dat gij deze dingen doet ?" met andere woorden: Wie rechtigde u tot deze daad ?

En naarmate zij minder grond en oorzaak van beschuldiging tegen Jezus vonden in zgn woorden en werken, naar die mate betwistten zij Hem des te heftiger zgn recht om als Messias, als profeet, als rabbi, als Zone Gods op te treden.

Zij wisten het ook wel, dat een rechteloos handelen, in zich zelf geen kracht maar wel een oordeel medebrengt en niet tot volgen maar tot tegenstaan verplicht.

Het doen der Farizeën is niet nieuw en het is met hen niet verouderd.

Reeds Farao ontzegde aan Jehova het recht hem te bevelen en aan Mozes het recht tot eischen.