is toegevoegd aan je favorieten.

Het recht, de kracht, de grond der hope tot de stichting en instandhouding van onze hoogeschool met den Bijbel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zalems bouwvallen klagen tot God, dat er bij ons tocb geen geweld isj om al die verbondenen te keeren en geen kracbt om te gelijk Jeruzalem uit baar puin en gruis weêr op te richten ?

O mijn Broeders en Zusters eer wij dat doen, laat ons nog eens zien op de wolke van getuigen rondom ons.

Ja, onze kracht is geen, wij hebben geen geweld, ons aantal is klein, die tegen ons zijn, zijn velen en machtigen en aanzienlijken, de arbeid waartoe wij ons opmaakten gaat verre onze krachten te boven, — doch dit alles is niet nieuw. Ons overkomt niets vreemds.

Denkt eens aan Gideon, dien kleinste en geringste en meest ongeschikte, en vreesachtige; ziet eens op Simson, den eenling, die èn zgn volk èn zijn lusten zoo zeer tegen zich had, en 't geheim van wiens kracht een hoer vermocht te ontdekken en die door een onbesneden hoerenknecht met een scheermes werd overmocht; herinnert u Samuël, den zoon der onvruchtbare, die niet eens de stem des Heeren kende, omdat de Heere niet meer sprak tot zijn volk, die alleen voor waarheid en recht moest staan en reformatie moest werken onder een volk, waarvan het schrikkelijke getuigenis geboekt staat: daar was geen Koning in dat land, een iegelijk deed wat recht was in zgn oogen.

Merkt op David tegen Goliath. Stelt u nog eens Jonathan voor, dien eenigen gewapende, met zgn wapendrager, die geen wapen meer droeg en niets had aan te brengen dan de verknochtheid zijner ziel, den moed van zgn hart, het gebed zijner Hppen. O beluistert nog eens wat uit der apostelen Handelingen, wat uit de geschiedenis der hervormers door den Geest van Christus zelf u verhaald wordt.

Neen ons overkomt niets vreemds.

Het heeft de eeuwen door telkens wêer zóó gestaan als nu, neen het stond meest nog banger en hopeloozer. Telkens wêer hebben zij bergen moeten verzetten, hebben zij alleen door sterke benden moeten dringen, hebben zij het onmogelijke moeten bestaan.

Neen wij kunnen — wg' mogen niet aflaten.

Het behoeft ook niet, want wij kunnen.