is toegevoegd aan je favorieten.

Het recht, de kracht, de grond der hope tot de stichting en instandhouding van onze hoogeschool met den Bijbel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hg openbaart die door de zijnen in de wereld.

Wij werken uit Hem — uit Zijn kracht.

Dat is het, wat eens een aamechtige en benauwde tot troost en bemoediging werd geopenbaard: »Niet door kracht noch door geweld, maar door imjnen Geest zal het geschieden, zegt de Heere der heerscharen."

In den Wortel, die ons draagt, is een eeuwige volheid van macht en zgn vele goddelijke krachten. Immers bij Hem is de Geest des Heeren, de Geest der wijsheid en des verstands, de Geest des raads en der sterkte, de Geest der kennis en der vreeze des Heeren.

Dat verheerlijkte Hoofd bewijst nu Zijn macht en majesteit daarmede, dat Hij door den H. Geest Zgn hemelsche gaven in ons uitgiet als in de ledematen van Zijn lichaam, waardoor Hij werkt, waardoor Hg op aarde getuigt en strijdt en overwint.

Die macht is de koninklijke, de onweerstaanbare macht Gods, die naar haren oorsprong en aard niet anders dan overwinnen kan.

Die gezalfde tot Koning der Koningen is óók gezalfd tot den Profeet en Leeraar des volks. Hem is gegeven de bediening der wijsheid en der kennisse en der wetenschap Gods. Door Hem alleen voelen de geesten den indruk van het werken der kracht Gods en van het kenbare van Zijn bestaan; uit Hem alleen is de macht van den geest, om in Gods werk in te zien en 's Heeren daden en bevelen in Zgn schepping en in Zijn schepselen na te speuren; van Hem alleen komt het vermogen des geestes, om te scheiden en te verbinden; het vermogen om het wezen, den aard der dingen te kennen. Hij alléén plant in en doet werken dat wondere vermogen des geloofs ook in het verstand, waardoor alleen de Waarachtige wordt gekend, en Zijn Woord en daad, zoodat Hij in en voor ons bewustzijn leeft, gelijk Hij is.

Aan die profetische zalving heeft het volk deel.

Zg hebben zoowel wat het kunnen als wat het kennen aangaat de zalving van den Heilige.

Niet zij zelf hebben nu uit en door zich zelf uit die zalving te leven en te arbeiden, neen, Hij, het Hoofd, arbeidt in en door hen en daarom arbeiden zij, de leden, ook zelf uit