Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hein. Hij, de Wortel, arbeidt in en door ben, en daarom arbeiden zij, de takken, uit Hem.

Die verheerlijkte, Christus draagt de sleutelmacht ten behoeve der zijnen over de tresoren Gods en die macht bedient Hij aan hen naar den raad des welbehagens van den onveranderlijken Jehova.

De eeuwige en zeer overvloedige Fontein aller goeden heeft Hij ons ontsloten, daaruit doet Hij ons opkomen en toevloeien alle goede gaven en alle volmaakte gift.

Ziet gij, wij komen niet eens in rekening.

'tls eigenlijk niet de vraag wie of wat wij zijn. De vraag is, wie en wat is Hij, dien wij onzen Zaligmaker noemen. En op die vraag geeft ons Schriftwoord zoo heerlijk een antwoord, als Hij van zich zelf getuigt: »Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde".

Jozefs staat en heerschappij in Egypte was dus maar een zwak beeld van wat onze Heere en Zaligmaker thans is en heeft en vermag.

Zoo wij dus nu maar in Hem in zijn. Met bewustheid uit dien Wortel leven. Ons met dat Hoofd verbonden gevoelen. Zoo wij dus nu maar veel genieten mogen die unio mystica, dat heilgeheim dier onbeschrijfbare, dier onuitsprekelijk zalige eenheid en vereeniging met dien Christus.

O, dan mogen, dan moeten, dan kunnen wij, want dan zijn wij Zijn verkoren volk. Ja dan zullen wij zijne knechten, ons opmaken en bouwen en dan zal de Heere Heere zelf den bouw doen rijzen, dan zal Hij het ons doen gelukken.

Dan werkt die heerlijke Christus het willen en volbrengen in ons en dan vermogen wij alle dingen door dien Krachtgever.

Zoo werd het ons dan duidelijk, dat onze vereeniging hetgeen zij wenscht en aanving te doen, ook doen mag en moet en kan.

Onze christelijke schóól der wetenschappen heeft het recht er te zijn en het ontbreekt ook niet aan de kracht, om te bestaan en te arbeiden en te slagen.

Wij mogen dus bidden om en voor deze zaak — en moeten ons met ons gebed wenden tot Hem, die alle macht heeft in den hemel en op aarde.

Sluiten