Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch zie, daar doet zich nu juist ten gevolge van al het voorgaande een nieuwe vraag voor. Zij is deze.

Zal het ons nu ook gelukken ? Mogen wij hope koesteren, dat wij niet te vergeefs zullen arbeiden en strijden en lijden ?

Er is recht tot aanvangen, er is kracht om voort te gaan ; is er nu ook zekerheid, dat het tot de voleinding zal komen ?

Hopen is nog wat anders dan wenschen of meenen.

Die hoopt heeft een blijde en zekere verwachting, welke op goede gronden rust.

Wat mogen wij hopen — en welke grond is er voor die hope aan te wijzen ?

Voorwaar! M. H, deze vraag interesseert ons niet minder dan de beide voorgaanden.

Wat mogen wij hopen ? Mogen wij de grenzen onzer verwachting laten vallen op de lijnen, die het gebied van den arbeid bepalen ?

Het bevel is: »gaat dan henen, onderwijst alle volken."

De arbeid omVat dus heel de wereld. Het doel is, alle knie, zoowel die van den Koning als van den onderdaan, van den leeraar als van den discipel, van den heer als van den knecht, buige zich voor den Christus — alle tong, zoowel die van den regent als van den wetgever en den rechter, zoowel die van den docent als van den prediker, de stemme in het nationale en publieke leven, zoowel als die van het huisgezin, belijde den Naam van den Christus, van den eenigen Zaligmaker.

Wil dat nu zeggen, dat ook alle volk in zgn geheel zal worden gered, en dat eens ook binnen onze grenzen heel de natie naar hoofd en leden voor den Messias gebogen ligt en belgden zal, in Hem de Fontein harer zaligheid te hebben?

Reikt de belofte aangaande de uitkomst zoover als het bevel tot den arbeid ?

Want dit is gewis, de maatstaf voor wat wij hopen kan niet zgn onze. wensch of verwachting, maar alleen de belofte, dat is het geopenbaarde voornemen van Hem uit en door en tot wien alle dingen zijn.

En vergeten wij dan de gelijkenis van den zaaier niet.

Een deel des zaads bood zelfs geen oogenblik hope, want

Sluiten