Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uie lumge uegeerte om aea üeeren wille te doen; te doen wat Hem behaagt; te laten wat Hem mishaagt; die gedurige overgifte van zichzelven met ziel en lichaam; dat zoeken van den Heere in den weg van Zijne instellingen, verborgene en openbare, uit liefde tot Hem; dan wordt ook de liefde tot den naasten gemist; de lasten van anderen dan niet op het harte gedragen. Dieptreurige toestand! Want is God niet het hoogste in de schatting als bij Azaf, Ps. 73 : 25; dan is het datgene dat buiten God is, het aardsche, ondermaansche, zien en zinnelijke daar geen wezen in is, hetwelk zoo onbetamelijk is voor des Heeren volk, en zoo betamelijk om den Heere lief te hebben, volgens des dichters opwekking Psalm 31 : 24, hebt den Heere lief gij alle zijne gunstgenoten, want de Heere behoedt de geloovige. Welk een gewichtvolle opwekking! welk een aandrang tot verplichting om den Heere lief te hebben, ligt in die benaming van gunstgenoten, van wege al des Heeren gunstbewijzen, in eeuwige liefde gekend! Christus voor hun gegeven, voor hun voldaan, haar geroepen, getrokken, gerechtvaardigd, aanvankelijk geheiligd enz. enz. Dat niet alleen, maar het is ook zoo noodzakelijk, want door de liefde werkzaam zijnde, kan niet anders dan Gode welbehagelijk zijn en heerlijke vruchten in handel en wandel afwerpen. Nu geliefden, dat behoort ook tot het werk der bediening, om des Heeren volk in liefdelooze toestanden omtrent den Heere en de masten verkeerende, bij die ongestalten te bepalen en tevens door drangredenen bij het betamelijke en noodzakelijke van de oefening, die liefde omtrent God en den naasten of het onder de bewerking van des Heeren Geest tot opbouwing in de liefde mocht verstrekken.

En wat aangaat de Heiligmaking, die, zeiden wij, was ook al veeltijds gebrekkig, wat blijkt dat veel in deze afvallige dagen. Waar bespeurt men in zielspraktijk door deze genade volgens de Apostolische vermaning, Eph. 4 : 22 en 23, een afleggen aangaande de vorige wandelingen, de oude mensch die verdorven werd, door de begeerlijkheden der verleiding, en dat vernieuwd te worden in den Geest des gemoeds, en den

Sluiten