is toegevoegd aan je favorieten.

De heerlijke gift door Christus gegeven, ten dienste van Zijn kerk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu nog een enkel woord over Oefenaars en het Oefenen. Dat er ten allen tijde oefenaars in de kerk geweest zijn dat blijkt ons uit sommige derzelver nagelatene geschriften (nog tot zegen onder des Heeren volk) als namelijk van een: J. Vermeer, H. Van Lis, T. Avink, W. Floor,

en vele anderen die wij in onzen leeftijd gekend hebben, dewelker reeds jaren voor de Afscheiding het diep verval der Hervormde Kerk aanschouwende (gelijk wij nu de afval in deze dagen) door de liefde gedrongen, uit wezenlijke belangstelling in het heil van onsterfelijke zielen en de opbouw van des Heeren volk, het dierbaar Eyangelie-woord verkondigd hebben.

Dat er door alle tijden, vooral onder de Leeraars, geweest zijn die voor of tegen de oefenaars waren, is bekend.

Dat er in dagen van verval of afval van de waarheid de zoogenaamde leeraars tegen zijn en waren, dat bleek vóór de afscheiding, dat blijkt ook in onze dagen.

Dat in den besten tijd der kerk de oefenaars kerkelijke aanstelling hadden blijkt in J. Vermeer en anderen. Maar zal men zeggen: Vader Brakel, zulk een licht in de kerk, was er sterk tegen, zooals blijkt in zijn redelijke* Godsdienst, 1ste deel, Cap. 27, pag. 652. In zoo ver dat schrijven van Vader Brakel betrekking heeft tot die tegenwerpingen die hij beantwoordt, pag. 645, tegen dezulken die de zending van herders en leeraars willen wegredeneeren, even alsof ieder gelijk regt heeft om het Evangelium te verkondigen zonder zending, stemmen wij volkomen met Vader Brakel in, ook in dat opzigt dat niemand prediken mag tenzij hij inwendig van den Heere geroepen en van de kerk (verstaat wel, van de kerk) gezonden zij.

Dan ter zake het voor of tegen de oefenaars en het oefenen