Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

althans indirect, de bestaande Remonstrantsche gemeenten, niet als beschermde, maar als feitelijk gedulde erkende. Thans was het voor de Remonstranten nog slechts de tijd der oogluiking, die niet alleen te Leiden en te Kampen nog 30 jaren lang telkens weder door geweldige vervolging, maar ook elders, als te Dokkum, Nimwegen, Haarlem, Utrecht, Arnhem, af en aan door openbaren tegenstand werd vervangen. Eerst voor 2 jaren, in 1632, was dan ook die oogluiking, althans in Holland, zoo toegenomen, dat men onder haar schild de Broederschap der gemeenten, het Kerkgenootschap der Remonstranten had durven vestigen. En nu reeds voegde men hieraan, in de machtige stad, waar de kerkelijke tegenstand zijn hoofdzetel had, de eigene Kweekschool harer leeraars toe. Daarmede nam de kleine, niet vermogende Broederschap bij al de lasten van bestuur, voorziening en onderhoud die zij reeds torschte, nog dezen nieuwen en zwaren last op zich. Maar zij had ook van haren aanvang af doen blijken, hoe zeer zij in den geest van mannen, als haar Uytenboogaert, Episcopius, Grevinkhoven , Corvinus, Niellius, Cüpus, op wetenschappelijke vorming van hare leeraarp prijs stelde. Zij bezat voor het onderwijs en de opleiding den aangewezen man, wiens heerlijke gaven zij voor deze dringende behoefte niet langer ongebruikt mocht laten — Episcopius was nu, en hij onder zooveel lijden en strijden, ruim 51 jaar oud geworden. En zelfs werd uit Amsterdam, ja uit haar regeeringskringen, verlangen naar zijne komst geuit, nopdat," zoo staat er aangeteekend J) »de Illustre School, tot welke in den beginne weinig studenten kwamen, door de studenten van Episcopius wat meerder toevloeiing zou krijgen."

Ook was het voor het hoofddoel van de stichting dier

») v. Limborch bij v. d. Hoeven, Gedenksehr. van het Semin. blz. 81 Stolker, Gesoh. van het Semin. Letteroef. 1825.

Sluiten