is toegevoegd aan je favorieten.

O land, land, land, hoort des Heeren Woord!

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rijkbeladene schepen de'zee, bragten het Oosten en het Westen u schatten, klom uw welvaart ten top, maar nu, nu, waar zijn uwe hoogheid, uwe eer, uw aanzien? Waar is het welvaren uwer koloniën ? de bloei van uwen handel? Waar, waar zijn uwe wimpels ter zee, weleer de schrik uwer magtige vijanden? Waar zijn bovenal mee boet- en bededagen, waar de vijand meer ontzag voor had dan voor uwe goedtoegermte legermagt? Waar is de roem uwer wijzen, de glans uwer hoogescholen, door vreemdelingen gezocht en verbreid? Al bedenkt gij ook nieuwe bronnen van welvaart, nieuwe land- en waterwegen, al rigt gij hooge en schitterende gedenkzuilen op om Nederland te vergoden. Nederlands roem uit te bazuinen, Nederlandsch onafhandelijkheid, nationaliteit, Nederlandsch verlossing van het Fransche juk in 1813 te vieren, toch is de kroon van uw hoofd gevallen, toch zinkt gij van jaar tot jaar al dieper en diéper. Terwijl gij Nederlandsch bevrijding van Frankrijk gedenkt, en op schitterende wijze viert, huldigt gij een Napoleon, een overheerscher, een afstammeling uit hetzelfde geslacht, dat vroeger Oranje en Nederlandsch vlag zoo zeer verguisde, hebt gij u met Frankrijk verbonden door deszelfs taal, zeden en kleeding aan te nemen, bij al uw roemen over uwe nationaliteit, hebt gij haar verloren, want gij zijt in den grond Fransch geworden, gij ligt in de schrikbarende en schandelijke kluisters der slavernij, de verfoeijelijkste afgoderij verzonken, want gij hebt een groot afgodsbeeld, een God van eigen maaksel opgerigt, en daar jubelt gij rond, gelijk de Ephesiërs rond hunne Diana (Henh. XIX : 27,28.) Gij hebt u met Gods vijanden verbonden, u zeiven verkocht om kwaad te doen, al wat er geschied gaat buiten den waren eeuwiglevenden Drieënigen JEHOVAH om! God regeert, dit was de leuze der vaderen, maar eigenkracht, schepselwaarde en volmaaktheid is de leuze van het tegenwoordige geslacht! (Jer. XXX: 12; XLY: 4).

O Nederland! Nederland! gij moogt nu in opgeblazenheid en trotschheid, gelijk weleer een Farao zeggen: „Wie is de HEERE, wiens stem ik gehoorzamen zoude? „Ik zal boven de hoogten der wolken klimmen. Ik zal den Allerhoogsten gelijk worden. Ja, in der helle sult