Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarin gesteund en opgezet door de aanzienlijken, deed zijn best de godsdienstoefeningen te verhinderen of te verstoren, mishandelde de geloovigen, overlaadde hen met het zwadder der verachting en bespotting, ja, soms werd de vergaderplaats vernield, zelfs woningen in brand gestoken. Door inkwartieringen!;werden rustige burgers geplaagd, door militairen werden zij beleedigd en door de rechters veroordeeld. Vele vromen, die niets anders gedaan hadden dan dat zij hun huis geopend hadden voor een godsdienstoefening, of zelf in den dienst waren voorgegaan, werden tot hooge boeten veroordeeld en in de gevangenis geworpen. De officier van de rechtbank van Appingedam, de Roomsche heer Mr. Zevenstern, sprak in een rechtszitting: „Het ware te wenschen, dat men de hoofden der bijeenkomsten aan het lijf mocht straffen." De Afgescheidenen waren vogelvrij verklaard.

Om vrijheid van godsdienstoefeningen te verkrijgen werden uit onderscheidene deelen des lands adressen naar den Koning gezonden of op audiëntie aangeboden. In die adressen werd gepleit op het recht om als Gereformeerden naar Gods Woord te leven, werd een beroep gedaan op de Grondwet, die volgens art. 190 „de volkomen vrijheid van godsdienstige begrippen waarborgde.

Op deze adressen kwam 11 Dec. 1835 het antwoord der Regeering, waarin gezegd werd, dat Z. M. met het hoogste leedwezen vernomen had het voornemen der adressanten om de gevestigde Hervormde Kerk te verlaten en afzonderlijke genootschappen te vormen, daar zoodanige scheuring van veruitziende gevolgen was en aanleiding gaf tot onverdraagzaamheid, twisten, partijschappen, den nadeeligsten invloed uitoefenende op de rust der huisgezinnen en dë opvoeding der kinderen; terwijl deze afscheiding voor henzelve van zeer bedenkelijke gevolgen zou wezen, daar zij er wel op bedacht moesten zijn, dat zij alsdan zeiven geheel en al zouden moeten zorgen voor hunne kerken, voor hunne leeraars en voor het onderhoud hunner behoeftigen; dat op hun

Sluiten