is toegevoegd aan je favorieten.

Laster en legende omtrent Calvijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestraffingen moge ietwat kras klinken, toch is het duidelijk dat er een diepe verontwaardiging in trilt over het verachten van 's Heeren Woord, een opkomen voor Zijne eere zonder iemand te sparen."

Juist deze diepere achtergrond van heilige verontwaardiging over de zonden en de dwaasheden der menschen doet nu Calvijn zoo levendig zijn in beeld en in woord.

Kinderen, die uit den band springen, noemt hij kleintjes, die nog niet eens hun neus kunnen snuiten. Vrouwen, die zich als mannen aanstellen, zijn landsknechten op den Molard of duivelinnen, die zelfs de engelen uit den hemel zouden willen verleiden. Mannen, die Qods Woord verwerpen, zijn giftige padden of ook varkens, die het huis Qods bevuilen: ze moesten in hunne stallen zijn.

Hoogmoedige menschen heet hij opgeblazen padden of kikvorschen, die hier op aarde springen; ze hebben een hooge borst en zijn als kaarten-koningen; ze schijnen uit de wolken gevallen; hij noemt ze snuiters, die zich wijs maken, dat ze den Heiligen Geest in hun mouw hebben; ze spelen het heertje; ze zijn zoo brutaal als een moordenaar; ze zijn als slakken, die dadelijk hun horens opsteken ; zoodra ze uit hun schelp kruipen, willen zij een zwaard op zij hebben.

Huichelaars zijn menschen, die een kamer achter hun winkel hebben, die ze niet willen laten zien; ze denken God knollen voor citroenen te kunnen verkoopen; ze wisschen zich den snoet af en meenen zeer deugdzaam te zijn.

Bedriegers noemt hij verlakkers; ze vernikkelen de menschen zoowel met gebaren als met woorden; ze meenen, dat ze God kunnen foppen.

Eerzuchtigen en gierigaards vergelijkt hij bij honden en katten, die elkaar verbijten.

Van de spotters zegt hij, dat zij ons voor den mal houden, den draak met ons steken en ons in 't ootje nemen.

Scherp kastijdt hij de babbelzucht. Hij spreekt van het boosaardig, ijdel, praatziek en klapachtig gedoe der kwaad-